Search Header Logo
hww, kww of zww?

hww, kww of zww?

Assessment

Presentation

World Languages

3rd Grade

Practice Problem

Medium

Created by

Bas Schotpoort

Used 10+ times

FREE Resource

12 Slides • 17 Questions

1

hww, kww of zww?

Het is belangrijk om te herkennen met welk soort werkwoord je te maken hebt om het juiste gezegde te bepalen, maar ook om goede zinnen te formuleren.

Slide image

2

Het hulpwerkwoord

Een hulpwerkwoord staat nooit alleen in de zin, maar altijd samen met andere werkwoorden. Het hulpwerkwoord is het werkwoord dat persoonsvorm is, als er meerdere werkwoorden in de zin staan. Bij meer dan 2 werkwoorden kun je met de verplaatsingsproef bepalen wat de hulpwerkwoorden zijn.

3

Het zelfstandig werkwoord

Een zelfstandig werkwoord kan als enige werkwoord van de zin voorkomen, of ondersteunde door een of meerdere hulpwerkwoorden. Zelfstandige werkwoorden hebben een duidelijke betekenis. Het is een werkwoord dat gaat over 'doen' / een handeling.

Met een zelfstandig werkwoord in de zin heb je altijd een werkwoordelijk gezegde.

4

Het koppelwerkwoord

Er zijn zes belangrijke koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen. Al deze werkwoorden lijken op het belangrijkste koppelwerkwoord 'zijn'. 'Worden' is bijvoorbeeld 'zijn' in de toekomst. Het koppelwerkwoord zorgt voor een toestand en niet voor een handeling. Het gaat om iets zijn (slim zijn, leerling zijn, boos zijn, enz.) Een koppelwerkwoord kan als enige werkwoord in de zin staan, of in combinatie met één of meerdere hulpwerkwoorden. Met een koppelwerkwoord heb je altijd een naamwoordelijk gezegde.

5

Multiple Choice

Wie heeft jou geholpen met deze opdracht?

1

hww

2

zww

3

kww

6

Multiple Choice

Wij moesten erg hard lachen om die goede grap.

1

hww

2

zww

3

kww

7

Multiple Choice

In dat schuurtje worden mooie meubels gemaakt.

1

hww

2

zww

3

kww

8

Multiple Choice

De rest van september blijft erg warm.

1

hww

2

zww

3

kww

9

Multiple Choice

Het meisje was nog nooit zo bang geweest.

1

hww

2

zww

3

kww

10

Multiple Choice

Je moet je nu echt gaan schamen!

1

hww

2

zww

3

kww

11

Multiple Choice

Ik probeer hier een goede les te geven.

1

hww

2

zww

3

kww

12

Hebben de volgende zinnen een wwg of een nwg?

Je moet je keuze kunnen uitleggen.

13

Multiple Choice

Jullie moeten op je stoel blijven zitten.

1

wwg

2

nwg

14

Multiple Choice

Wanneer wordt deze toets besproken?

1

wwg

2

nwg

15

Multiple Choice

Morgen zal de temperatuur 's nachts boven het vriespunt blijven.

1

wwg

2

nwg

16

Multiple Choice

Deze auto scheurt altijd met een rotgang door onze straat.

1

wwg

2

nwg

17

Multiple Choice

Dit lijkt een hele makkelijke vraag.

1

wwg

2

nwg

18

Multiple Choice

De verbouwde villa is prachtig geworden.

1

wwg

2

nwg

19

Samentrekking

Een manier om zinnen korter, duidelijker en aantrekkelijk te maken, maar let wel goed op of het mag!

20

Je mag in een samengestelde zin woorden die twee keer voorkomen de tweede keer weglaten als:

  • de woorden dezelfde betekenis hebben;

  • de woorden dezelfde functie hebben (denk aan hww, zww, kww);

  • de woorden hetzelfde getal hebben (ev/mv).

21

Lees de theorie op blz 66

(Formuleren hoofdstuk 1: samentrekking controleren)

22

Multiple Choice

David was ziek en (...) heb ik daarom het huiswerk gemaild.

1

samentrekking correct

2

foutieve samentrekking

23

David was ziek en (...) heb ik daarom het huiswerk gemaild.

  • Heeft David dezelfde betekenins?

  • Heeft David dezelfde grammaticale functie?

  • Heeft David hetzelfde getal?

24

Multiple Choice

Ik wil naar de film, maar mijn ouders (...) naar het zwembad.

1

samentrekking correct

2

foutieve samentrekking

25

Ik wil naar de film, maar mijn ouders (...) naar het zwembad.

  • Heeft 'wil' de zelfde betekenis?

  • Heeft 'wil' dezelfde grammaticale functie?

  • Heeft 'wil' hetzelfde getal?

26

Multiple Choice

Wiskunde vind ik lastig en (...) laat ik na de derde vallen.

1

samentrekking correct

2

foutieve samentrekking

27

Wiskunde vind ik lastig en (...) laat ik na de derde vallen.

  • Heeft 'wiskunde' dezelfde betekenis?

  • Heeft 'wiskunde' dezelfde grammaticale functie?

  • Heeft 'wiskunde' hetzelfde getal?

28

Multiple Choice

Hij geeft iedereen een grote mond en (...) (...) niets om het gevoel van een ander.

1

samentrekking correct

2

foutieve samentrekking

29

Hij geeft iedereen een grote mond en (...) (...) niets om het gevoel van een ander.

  • Heeft 'Hij geeft' dezelfde betekenis?

  • Heeft 'Hij geeft' dezelfde grammaticale functie?

  • Heeft 'Hij geeft' hetzelfde getal?

hww, kww of zww?

Het is belangrijk om te herkennen met welk soort werkwoord je te maken hebt om het juiste gezegde te bepalen, maar ook om goede zinnen te formuleren.

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 29

SLIDE

Discover more resources for World Languages