

Flexuur: Zinnen maken met nieuwe woorden
Presentation
•
English
•
KG - Professional Development
•
Easy
S. de Klerk
Used 1+ times
FREE Resource
11 Slides • 9 Questions
1
Zinnen maken met nieuwe woorden
In de volgende slides kun je extra info lezen over het maken van zinnen met nieuwe woorden. Ook ga je oefenen met het maken van zinnen
2
Poll
Eerst even een vraag: Hoe lastig vind je het om bijvoorbeeld op je proefwerk zinnen te maken met de geleerde woordjes, waar de betekenis uit blijkt?
Super makkelijk, ik maak daar nooit fouten
Best makkelijk, soms maak ik een foutje
Soms lukt het me, maar grotendeels maak ik fouten
Super lastig, het gaat eigenlijk altijd fout
3
Stappenplan
Ik heb een stappenplan gemaakt voor jullie om te oefenen met het maken van zinnen met nieuwe of lastige woorden. in de volgende slides zal deze stap voor stap worden uitgelegd
4
Stap 1: de woorden
Je vraagt jezelf eerst af: Wat voor woord is het? Wat betekent dat woord?
Je kijkt dan én naar de Nederlandse vertaling én naar wat het woord betekent.
VB: Eng: stupid > Nl: stom/dom (het is een zelfstandig naamwoord).
Stom = niet slim, dom (zonder verstand)
5
Stap 2: een zin bedenken
Voordat we de zin echt kunnen opschrijven moet je bedenken wat de zin gaat zijn. Hou er dan rekening mee, dat je eigenlijk moet uitleggen wat het woord betekent.
Bij ons voorbeeld van 'stupid' moet je nadenken over een zin waarin iets gebeurd dat 'stupid' is. Je gaat dus ideeën opdoen over wat voor zinnen je kan bedenken met stupid. Schrijf dan in steekwoorden op welke ideeën je hebt
6
Open Ended
Even oefenen met stap 2
Gebruik het voorbeeld uit de slides 'stupid' om hieronder je ideeen op te schrijven over dingen die je kan gebruiken in een zin. Voorbeelden kunnen zijn: Situaties die 'stupid' zijn, waarom die situaties 'stupid' zijn. Iemand die 'stupid' is en waarom hij/zij 'stupid' is. dingen die 'stupid' zijn.
Schrijf hieronder alles op aan ideeën die je hebt over het woor 'stupid'.
7
Stap 3: Een zin maken
Uit al je ideeën en steekwoorden kies je degene uit die je het beste vindt én waaruit het beste blijkt wat het woord betekent.
Bij een zin zoals: He makes stupid jokes is het niet duidelijk wat stupid betekent. De grapjes kunnen saai of niet grappig zijn, dat weet ik nu niet.
Een beter voorbeeld: He is really bad at telling jokes, so his jokes are always stupid and nobody understands them.
Hier heb ik meer informatie: hij is slecht in grapjes vertellen en niemand snapt te grapjes. Dan zijn de grapjes niet saai of grappig, maar zijn ze niet zo slim --> ze zijn dom --> dom = stupid
8
Extra Tip:
Een extra tip om te controleren of de betekenis van het woord in de zin zit is:
Lees de zin zonder het woord --> Kun je dan zonder het woord nog steeds bedenken wat de zin betekent? (Bedenk hierbij dat je de zin moet lezen alsof een ander persoon het leest en het woord nog niet kent)
9
Stap 4: Zin controleren
Controleer altijd alles 2 keer:
Heb ik de juiste betekenis/vertaling van het woord gebruikt? (zelfstandig naamwoord of werkwoord)
Heb ik rekening gehouden met wat voor woord het is?
Kan ik in de zin zonder het woord nog steeds begrijpen en kan ik dan de betekenis van het woord uit de zin halen?
10
Oefenen met de stappen
In de volgende slides komen opdrachten waarbij je gaat oefenen met de stappen van de vorige slides
Alle stappen komen stuk voor stuk aan bod
Je zal steeds meer zelf moeten doen/bedenken
Als er vragen zijn, stel ze dan gerust :)
Succes !
11
Open Ended
Zoek het woord op in je boek, geef de Nederlandse vertaling en zoek op https://www.merriam-webster.com/ naar de Engelse uitleg. Geef ook aan wat voor woord het is (zelfstandig naamwoord of werkwoord)
- Buddy
12
Open Ended
Geef de Nederlandse vertaling, de Engelse uitleg van het woord en het soort woord.
- To swell
13
Open Ended
Geef de Nederlandse vertaling, de Engelse uitleg van het woord en het soort woord.
- important
14
Open Ended
Geef de Nederlandse vertaling, de Engelse uitleg van het woord en het soort woord.
- - visible
15
Open Ended
Geef de Nederlandse vertaling, de Engelse uitleg van het woord en het soort woord.
- - to destroy
16
Door naar het oefenen van stap 2
Kies 2 van de woorden van de vorige slides en oefen stap 2 door al je ideeën op te schrijven. Dit mag je ook op papier doen als je dat fijner vindt.
17
Open Ended
Schrijf hier je ideeën op van stap 2 met je eerste woord.
18
Open Ended
Schrijf hier je ideeën op van stap 2 met je tweede woord.
19
Door naar stap 3 !
Nu mag je je ideeën uit stap 2 om gaan zetten in zinnen. Je mag meerdere zinnen bedenken. Deze schrijf je op in je schrift . Ben je klaar? Wissel je schrift eens met je buurman en lees elkaars zinnen door. Kijk of je er samen uit bent gekomen om een goede zin te maken waar de betekenis uit blijkt. Neem samen ook stap 4 door: het checken van je zinnen !
20
Klaar met alles?
Good job ! Steek je hand op en geef aan dat je klaar bent. Dan kom ik naar je toe om je zinnen eens te lezen en feedback te geven. Als dat allemaal in orde is heb ik een envelop voor je (per twee- of drietal) om nog meer te oefenen.
Zinnen maken met nieuwe woorden
In de volgende slides kun je extra info lezen over het maken van zinnen met nieuwe woorden. Ook ga je oefenen met het maken van zinnen
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 20
SLIDE
Similar Resources on Wayground
14 questions
Passé Composé
Presentation
•
9th - 12th Grade
13 questions
Les fractions
Presentation
•
5th - 6th Grade
17 questions
Jouer ou Faire
Presentation
•
5th Grade
16 questions
Hotel services - A1
Presentation
•
4th - 9th Grade
17 questions
ER Verb conjugation
Presentation
•
9th - 10th Grade
16 questions
Le nom
Presentation
•
4th - 6th Grade
16 questions
Unit 3 7 French Reading and Listening Invitations
Presentation
•
6th - 7th Grade
Popular Resources on Wayground
11 questions
Hallway & Bathroom Expectations
Quiz
•
6th - 8th Grade
10 questions
HCS SCI 03 Summer School Assessment 2
Quiz
•
3rd Grade
11 questions
Home Scope
Quiz
•
7th - 8th Grade
12 questions
2026 TAP Technology in the Classroom
Presentation
•
Professional Development
15 questions
HCS SCI 05 Summer School Assessment 2 Review
Quiz
•
5th Grade
15 questions
HCS SCI 04 Summer School Review 2
Quiz
•
4th Grade
59 questions
Geometry Unit 3 Review
Quiz
•
9th - 12th Grade
14 questions
FAST ELA READING SMAPLE TEST MATERIALS
Passage
•
3rd Grade