

SPELLEN: Trema, apostrof, accenttekens
Presentation
•
Other
•
6th - 12th Grade
•
Practice Problem
•
Hard
Linda RMTL
Used 15+ times
FREE Resource
26 Slides • 9 Questions
1
Trema, apostrof, accenttekens
Cursus Spellen

2
TREMA (DEELTEKEN)
Het trema gebruiken we om leesproblemen te voorkomen binnen een niet-samengesteld woord, bijvoorbeeld beïnvloeden, ruïne.
In samenstellingen gebruiken we in zo'n geval een liggend streepje, bijvoorbeeld vitamine-injectie, milieu-invloed.
3
1. Het trema geeft aan waar de nieuwe lettergreep begint. Zonder trema zou je het woord verkeerd kunnen lezen.
beëindigen
reünie
financiële
diëtiste
neuriën
Tunesiër
bingoën
egoïsme
coördinator
4
2. Bij sommige meervoudsvormen schrijf je een trema.
fantasieën
zeeën
5
Let op! Bij -iee- en -ii- is een trema overbodig.
financieel
dieet
gekopieerd
verfraaiing
beschoeiing
lawaaiig
6
3. Samengestelde telwoorden en afgeleide woorden krijgen geen liggend streepje maar een trema.
tweeëntachtig
tweeënhalf
drieëntachtigjarige
7
Let op de spelling van de volgende woorden zonder trema.
elektricien
opticien
atheneum
petroleum
fonduen
luxueus
visueel
aerobics
paella
polaroid
hobbyisme
8
Multiple Choice
1/9 Waar is het trema fout geplaatst?
ruïne
reünie
financïele
geërfd
9
Multiple Choice
2/9 Waar is de meervoudsvorm goed?
ruzie - ruzieën
knie - kniën
fantasie - fantasiën
mysterie - mysteriën
10
Multiple Choice
3/9 Het meervoud van 'knie', 'drie', 'bacterie' en 'genie' is:
kniën, drieën, bacteriën, genieën
knieën, drieën, bacterieën, genieën
knieën, drieën, bacteriën, genieën
knieën, driën, bacterieën, geniën
11
Multiple Choice
4/9 Wat is het meervoud van olie?
oliën
olieën
olie's
olies
12
APOSTROF
De apostrof is meestal een scheidingsteken: taxi's (*taxis).
Soms is het een weglatingsteken: 's middags (van: des middags).
13
1A. Bij het meervoud van woorden op een a, i, o, u en y voorkomt de apostrof verkeerd lezen.
cavia's
ski's
video's
paraplu's
hobby's
14
1B. Dit geldt ook bij afkortingen en letters.
gsm's
twee k's
15
1C. Ontstaan er geen leesproblemen, dan schrijf je de meervouds-s aan het woord vast.
douches
dominees
reparaties
milieus
shampoos
Zoeloes
cowboys
16
2A. Bij verkleinwoorden van woorden op
-y (met een medeklinker ervoor) schrijf je een apostrof.
lolly'tje
baby'tje
17
2B. Bij verkleinwoorden na een afkorting.
sms'je
dvd'tje
mp3'tje
18
3A. Voor een achtervoegsel staat een apostrof.
CDA'er
mbo'er
19
3B. Bij samenstellingen zet je geen apostrof, maar een liggend streepje.
CDA-fractie
mbo-docent(e)
20
4A. Bij bezitsrelaties staat een apostrof, wanneer het woord eindigt op a, i, o, u en y (met een medeklinker ervoor).
Anja's belevenissen
Toni's spijkerbroek
Benno's bloemenzaak
Ru's vader
baby's rammelaar
21
4B. Wanneer verkeerd lezen uitgesloten is, staat de -s aan het woord vast.
Bens gedachten
Jeanettes fiets
Sofies kamerplanten
Andrés verdwijning
Argentiniës president
Humphreys opdracht
22
4C. Zet bij een sisklank alleen een apostrof. (Dus geen extra -s erachter!)
Loes' eigenwijsheid
Rex' gitaar
Philips' commentaar
Maurice' activiteiten
23
5. Wanneer letters zijn weggelaten, gebruik je een apostrof.
's winters (= des winters)
jus d'orange (= jus de orange)
's-Gravenhage (= des-Gravenhage)
24
Multiple Choice
5/9 Wat is het meervoud van 'logo'?
logos
logoos
logo's
logoo's
25
Multiple Choice
6/9 Wat is het meervoud van 'menu'?
menuus
menu's
menus
menus's
26
Multiple Choice
7/9 Er is 'in de nacht' veel regen voorspeld.
's Nachts
's nachts
snacht's
s' nachts
27
ACCENTTEKENS
We beginnen met drie van oorsprong Franse uitspraaktekens:
accent grave, accent aigu en accent circonflexe.
28
1. accent grave (streepje naar links)
à la carte
3 à 4 personen
barrière
caissière
crèche
crème
première
scène
volière
29
2A. accent aigu (streepje naar rechts)
cliché
comité
communiqué
defilé
empolyé (M) / employee (V)
introducé (M) / introducee (V)
logé (M) / logee
paté
procédé
prostitué (M) / prostituee (V)
saté
30
2B. Om klemtoon aan te geven, gebruik je het accent aigu. Zet het accent dan op de eerst twee klinkers van de lettergreep.
- Hij is volgens mij dé persoon om heir orde op zaken te stellen.
- Jos heeft alleen maar ruzie met zijn óúdste broer en niet met de jongste.
31
3. accent circonflexe (dakje)
crêpepapier
maîtresse
coûte que coûte
enquête
gemêleerd
gênant
32
4. Andere uitspraaktekens
- cedille: Curaçao, façade
- umlaut: knäckebröd, föhn, überhaupt
- tilde: mañana, señora
33
5. Plaats, als er een uitspraakprobleem dreigt, accenten op het telwoord één (1), maar niet op hoofdletters.
- Juliette heeft één scooter en twee fietsen. Eén of twee?
- Maar: Kan een van jullie de deur even dichtdoen?
34
Multiple Choice
8/9 Je kunt ook een accent op klinkers plaatsen als je er de nadruk op wil leggen.
Ja, absoluut.
Ja, maar alleen als je foutloos notuleert.
Nee, zeker niet.
Dat ligt aan de omstandigheden, alleen bij positieve woorden.
35
Multiple Choice
9/9 Welke zin klopt het best voor deze woorden:
logé, crêpe, Çuracao, misère
Op deze woorden staan trema's om een verkeerde uitspraak te voorkomen.
Op deze woorden staan accenten om een verkeerde uitspraak te voorkomen.
Op deze woorden staan accenten zodat je weet wat de verkeerde uitspraak is.
Op deze woorden staan trema's omdat ze uit andere talen komen.
Trema, apostrof, accenttekens
Cursus Spellen

Show answer
Auto Play
Slide 1 / 35
SLIDE
Similar Resources on Wayground
21 questions
Pubquiz 2025
Presentation
•
KG
32 questions
FREDERIKAS ŠOPENAS
Presentation
•
8th - 12th Grade
24 questions
Ch 20 Environment and Society
Presentation
•
KG
29 questions
Internet Domains
Presentation
•
9th - 12th Grade
36 questions
Principal Parts of Verbs
Presentation
•
5th Grade - Professio...
21 questions
Werkwoorden vervoegen uitleg (basis) fase 1
Presentation
•
KG - 12th Grade
22 questions
Untitled Presentation
Presentation
•
KG - University
35 questions
Incenters
Presentation
•
9th - 12th Grade
Popular Resources on Wayground
19 questions
Naming Polygons
Quiz
•
3rd Grade
10 questions
Prime Factorization
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
15 questions
Fast food
Quiz
•
7th Grade
20 questions
Main Idea and Details
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Inferences
Quiz
•
4th Grade
19 questions
Classifying Quadrilaterals
Quiz
•
3rd Grade
Discover more resources for Other
10 questions
Prime Factorization
Quiz
•
6th Grade
15 questions
Fast food
Quiz
•
7th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Figurative Language Review
Quiz
•
6th Grade
17 questions
guess the logo
Quiz
•
8th Grade
10 questions
Candy
Quiz
•
4th - 8th Grade
10 questions
Fact Check Ice Breaker: Two truths and a lie
Quiz
•
5th - 12th Grade
48 questions
8TH GRADE MATH FAST REVIEW
Quiz
•
8th Grade