
Voorrang verlenen, voor laten gaan
Presentation
•
Other, Education
•
1st - 10th Grade
•
Practice Problem
•
Hard
Toon Jonkman
Used 10+ times
FREE Resource
16 Slides • 5 Questions
1
Voorrang verlenen, voor laten gaan
2
Voorrang verlenen is
het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen.
Bestuurders zijn alle weggebruikers zonder de voetgangers
Ongehinderd wil zeggen dat je het kruispunt zo nadert dat de ander er van uit kan gaan dat je op tijd stopt.
3
Waar kijk je het eerste naar:
Staan er bij het kruispunt borden die de voorrang regelen?
Geen borden, dan is het een gelijkwaardig kruispunt.
4
Gelijkwaardig kruispunt:
Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.
Dus je verleent geen voorrang aan voetgangers
5
Natuurlijk zijn hier uitzonderingen op.
bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg
bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram (op de tram komen we verderop nog terug)
6
Multiple Choice
Wat is de volgorde van voor laten gaan?
Rood, Wit, Oranje
Oranje, Rood, Wit
Oranje, Wit, Rood
7
Uitleg
De witte auto kan niet oprijden, er komt een motor van rechts.
De rode motor kan niet oprijden, er komt een fietser van rechts.
De oranje fietser heeft geen last van een bestuurder van rechts en kan dus als eerst oprijden.
8
Voor laten gaan
Bestuurders die afslaan, moeten het verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoet komt of dat op dezelfde weg zich naast dan wel links of rechts dicht achter hen bevindt, voor laten gaan.
Of wel: Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaand verkeer op dezelfde weg.
Wil je afslaan dan geldt ook nog:
Een bocht naar rechts gaat voor een bocht naar links (kleine bocht gaat voor grote bocht)
Verkeer zijn alle weggebruikers (dus iedereen).
9
Natuurlijk is hier ook een uitzondering op:
Dit geldt natuurlijk niet voor de bestuurder van een tram.
10
Multiple Choice
Wat is de volgorde van voor laten gaan?
Wit, Blauw, Rood
Rood, Wit, Blauw
Blauw, Rood, Wit
11
Uitleg:
De blauwe snorfiets komt van rechts voor de rode motor, echter heeft de motor geen last van de snorfiets. Dus hij kan gewoon doorrijden.
De witte auto komt van rechts voor de blauwe snorfiets. De witte auto rijdt op dezelfde weg als de rode motor, maar heeft de grote bocht dus gaat de motor eerst.
12
Voorrangskruispunt
Bij het naderen van een voorrangskruispunt moet je alle bestuurders (van links en rechts) voorrang verlenen als zij op de voorrangsweg rijden en jij niet.
We verlenen dus voorrang aan bestuurders!
13
Multiple Choice
Wie mag er hier eerst.
De lesauto
De voetganger
14
Uitleg:
Je moet hier voorrang verlenen aan bestuurders. Een voetganger is geen bestuurder.
15
Tip!
Loopt een voetganger van links naar rechts of van rechts naar links voor je langs?
Dan heeft hij geen voorrang.
Uitzonderingen:
Op een zebrapad heeft een voetganger natuurlijk voorrang
en als je een uitrit in of uit rijdt moet je een voetganger ook voor laten gaan.
16
Multiple Choice
Wat is de juiste volgorde van voor laten gaan?
Licht blauw, wit, donker blauw
Wit, Licht blauw, Donker blauw
Licht blauw, Donker blauw, Wit
17
Uitleg:
De lichtblauwe snorfiets en de donkerblauwe auto rijden op de voorrangsweg.
De lichtblauwe snorfiets wil rechtdoor, de donkerblauwe auto wil afslaan. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaan op dezelfde weg.
Als laatste gaat de witte auto.
18
Waarvoor stopt een TRAM?
Een tram stopt voor het bord B6
Een tram stopt voor het bord B7
Een tram stopt voor haaietanden
Een tram stopt voor het rode verkeerslicht
Een tram stopt voor een zebrapad
19
Multiple Choice
Wat is de volgorde van voor laten gaan?
Geel, Wit, Blauw
Wit, Blauw, Geel
Blauw, Wit, Geel
20
Uitleg:
De tram heeft haaietanden voor zich, dus moet voorrang verlenen.
De blauwe venter gaat rechtdoor en rijdt op dezelfde weg als de witte auto die wil afslaan.
21
Hopelijk is het iets duidelijker geworden.
Heb je nog vragen met betrekking tot dit onderwerp?
Je mag ons altijd e-mailen op info@rijschoolsalland.nl
Voorrang verlenen, voor laten gaan
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 21
SLIDE
Similar Resources on Wayground
21 questions
Unit 1.2 Vocab LESSON
Presentation
•
1st Grade - University
13 questions
Woordvolgorde in zinnen
Presentation
•
KG - 12th Grade
17 questions
Hobbies
Presentation
•
KG
10 questions
CVC Words - 9. The "OP" Word Family
Presentation
•
KG
22 questions
Unit 2- herhaling past simple 3M
Presentation
•
KG
16 questions
Voegwoorden
Presentation
•
KG - 12th Grade
14 questions
22 sep
Presentation
•
KG
11 questions
Geld uitgeven
Presentation
•
KG - 12th Grade
Popular Resources on Wayground
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
15 questions
Fast food
Quiz
•
7th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Inferences
Quiz
•
4th Grade
19 questions
Classifying Quadrilaterals
Quiz
•
3rd Grade
20 questions
Figurative Language Review
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Equivalent Fractions
Quiz
•
3rd Grade
10 questions
Identify Fractions, Mixed Numbers & Improper Fractions
Quiz
•
3rd - 4th Grade