Search Header Logo
opfrissen kennis periode 1 en 2

opfrissen kennis periode 1 en 2

Assessment

Presentation

Biology

4th - 5th Grade

Medium

Created by

Annemarie Muis

Used 3+ times

FREE Resource

7 Slides • 19 Questions

1

opfrissen kennis periode 1 en 2

cellen, voortplanting, erfelijkheid, DNA

Slide image

2

Wat doen we deze les?

  • test je kennis (9 vragen)

  • je kamer is een cel (duo's)

  • hormonen man / vrouw (in duo's)

  • erfelijkheid + DNA quizvragen (9 vragen)

3

Multiple Choice

Question image

Wat is de naam van onderdeel 1?

1

chloroplast

2

ER

3

mitochondriën

4

ribosomen

4

Multiple Choice

Bij diffusie gaat het over de verplaatsing van deeltjes van een

1

hoge concentratie naar een lage concentratie

2

lage concentratie naar een hoge concentratie

5

Multiple Choice

Een voorbeeld van diffusie is

1

afvoer van water via de nieren

2

verplaatsing van zuurstof van je longen naar je bloed

3

verplaatsing van een stof tegen het concentratiegradiënt in

6

Multiple Choice

Ribosomen zorgen voor

1

energie in de cel

2

aanmaak van eiwitten

3

fotosynthese

7

Multiple Choice

Bij osmose gaat het over de verplaatsing van

1

deeltjes van een hoge concentratie naar een lage concentratie

2

water naar een plek met de hoogste concentratie stoffen

3

water naar een plek met de laagste concentratie stoffen

8

Multiple Choice

Het hormoon FSH zorgt bij de vrouw voor

1

groei van het follikel

2

ovulatie

3

menstruatie

9

Multiple Choice

Wat voor een terugkoppeling heeft testosteron op de aanmaak van LH en FSH bij de man?

1

negatief

2

positief

10

Multiple Choice

Twee ouders zijn allebei drager van een erfelijke ziekte. Hoe groot is de kans dat hun kind deze ziekte krijgt?

1

50 %

2

25 %

3

0 %

4

100 %

11

Multiple Choice

Het fenotype geeft aan

1

hoe het DNA eruitziet

2

hoe de omgeving bepaald hoe deze persoon eruitziet

3

hoe de omgeving en het DNA bepaald hoe deze persoon eruitziet

12

Je kamer is een cel

In 10 minuten: geef de onderdelen van een cel aan in je kamer. Geef aan waarvoor ieder onderdeel is.

Slide image

13

Celorganellen (maak eerst alleen, daarna uitwisselen in duo's)

  • celkern

  • ER + ribosomen (ruw ER)

  • celmembraan

  • mitochondrien

  • bladgroenkorrel

  • vacuole

  • golgi-systeem

14

Hormonen man en vrouw

Slide image

15

Opdracht: In 10 minuten de één beschrijft de functie van hormonen vrouw, de ander die van de man, daarna wissel je uit.

oestrogeen, progesteron, LH, FSH, testosteron

16

Slide image

17

Multiple Choice

Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?

1

celkern, chromosoom, nucleotide, base

2

celkern, nucleotide, chromosoom, base

3

base, nucleotide, chromosoom, celkern

18

Multiple Choice

Hoeveel autosomen zitten in een gewone cel?

1

44

2

46

3

2

19

Multiple Choice

Men vergelijkt de naalden aan één spar. De naalden zijn niet allemaal even lang.

Is bij een korte naald het fenotype anders dan bij een lange naald? En het genotype?

1

Alleen het genotype is anders

2

Alleen het fenotype is anders

3

Zowel het fenotype als genotype zijn anders

4

Fenotype en genotype zijn bij beide gelijk

20

Multiple Choice

Question image

Is de persoon van het karyogram een jongen of een meisje?

1

Jongen

2

Meisje

21

Multiple Choice

Hoe heet het als een organisme voor een bepaalde eigenschap identieke allelen heeft?

1

recessief

2

heterozygoot

3

homozygoot

4

dominant

22

Multiple Choice

Een wipneus is dominant over rechte neus.

Een homozygote dominante moeder, en een homozygote recessieve vader krijgen een kindje

1

dit kindje heeft een rechte neus

2

dit kindje heeft een wipneus

3

je weet niet wat dit kindje voor neus heeft

23

Multiple Choice

Wat voor DNA zit er in je oogcellen?

1

alleen DNA voor de kenmerken van het oog

2

Dat ligt er aan waar in het oog het ligt

3

Dat kan je niet weten

4

Alle informatie van je DNA

24

Multiple Choice

Zaadcellen worden gevormd door ?

1

Meiose

2

Mitose

3

Gewone celdeling

25

Multiple Choice

Question image
Je ziet in de afbeelding een krokusknol met enkele scheuten. De scheuten kunnen van de knol worden gehaald en verder groeien als afzonderlijke planten.
Welke bewering over de jonge planten is juist?
1
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
2
De jonge planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.
3
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal een verschillend genotype.
4
De jonge planten ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting en hebben allemaal hetzelfde genotype.

26

Poll

Wat ben je te weten gekomen deze les wat je niet meer wist?

fenotype - genotype

DNA

hormonen man - vrouw

cel onderdelen

osmose - diffusie

opfrissen kennis periode 1 en 2

cellen, voortplanting, erfelijkheid, DNA

Slide image

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 26

SLIDE