

TV: sommige(n), leestekens en hoofdletters
Presentation
•
Arts
•
1st Grade
•
Medium
Kim Saris
Used 1+ times
FREE Resource
10 Slides • 11 Questions
1
TV: sommige(n), leestekens en hoofdletters
Voorbereiding toets Taalvaardigheid

2
Inhoud
1. Theorie ´met of zonder -n?´ (sommigen versus sommigen)
2. Oefening ´met of zonder -n´?
3. Theorie hoofdlettergebruik
4. Theorie leestekens
5. Oefening hoofdletters en leestekens
3
1. Theorie ´met of zonder -n?´
Zie Cursus 8 Spelling, hoofdstuk 12 Sommige of sommigen?
Telwoorden en bijvoeglijke naamwoorden kunnen als zelfstandig naamwoord ingezet worden. In sommige gevallen komt er dan een -n achter het woord te staan.
Wanneer een -e?
Bij bijvoeglijke naamwoorden (alle mensen, sommige dieren etc.)
Bij zaken en dieren (De puppy´s waren erg schattig, maar de meeste waren helaas nog niet te koop).
Wanneer een -n?
Als het woord (sommigen, allen etc.) betrekking heeft op personen én zelfstandig gebruikt is. (De meesten van hen gaan mee op skivakantie).
4
Multiple Choice
2. Oefening ´met of zonder -n?´
Zin 1: Van die voetballers zijn er ...... door de scheidsrechter van het veld gestuurd.
Welk woord moet op de plek van de puntjes staan?
enkele
enkelen
5
Multiple Choice
2. Oefening ´met of zonder -n?´
Zin 2: De ....... van de marathonloop werden luidkeels toegejuicht.
Welk woord moet op de plek van de puntjes staan?
eersten
eerste
6
Multiple Choice
2. Oefening ´met of zonder -n?´
Zin 3: Erik heeft ze eerst geschuurd en daarna ...... gelakt.
Welk woord moet op de plek van de puntjes staan?
beide
beiden
7
Multiple Choice
2. Oefening ´met of zonder -n?´
Zin 4: Het zijn altijd ...... die kritiek hebben.
Welk woord moet op de plek van de puntjes staan?
dezelfde
dezelfden
8
Multiple Choice
2. Oefening ´met of zonder -n?´
Zin 5: Drie auto's kregen pech, maar ...... haalden de eindstreep.
Welk woord moet op de plek van de puntjes staan?
andere
anderen
9
3. Theorie hoofdlettergebruik
Zie Cursus 8 Spelling, hoofdstuk 4 Hoofdletters en leestekens.
Wanneer gebruik je een hoofdletter?
1. Aan het begin van een zin. Let op met woorden die beginnen met een apostrof. Voorbeeld: ’t Zal me allemaal een worst wezen.
2. Bij persoonsnamen: Hans van der Zande; H. van der Zande; de heer Van der Zande; Els van der Zande-de Laat.
3. Bij namen van verenigingen, instellingen, bedrijven en diensten: Roda JC, Rode Kruis, Elsevier, Nederlandse Spoorwegen.
4. Bij (afleidingen van) aardrijkskundige namen, bij namen van merken, historische gebeurtenissen, straten, hemellichamen, gebouwen, feestdagen en bij titels van boeken en films.
10
3. Theorie hoofdlettergebruik (vervolg)
Welke woorden schrijf je altijd met een kleine letter?
1. Soorten: een glaasje bordeaux, een stukje camembert;
2. Historische periodes en stromingen: de middeleeuwen, het rationalisme (uitzondering: de Romantiek).
3. Afleidingen van feestdagen: kerstboom, paasvakantie;
4. Dagen, maanden en jaargetijden: juli, zomer, maandag;
5. Windstreken: het noorden, het zuidwesten;
6. Religies en afleidingen ervan: christendom, islam, gereformeerden.
11
4. Theorie leestekens
Welke leestekens zijn er allemaal?
1. De punt;
2. Het vraag- en uitroepteken;
3. De komma;
4. De puntkomma;
5. De dubbele punt;
6. De aanhalingstekens;
12
4. Theorie leestekens (vervolg)
7. De ronde en vierkante haakjes;
8. Het beletselteken.
Op de volgende dia's zullen alleen de lastige gevallen en uitzonderingen besproken worden.
13
Leestekens: lastige kwesties
1. De punt: G.L. Durlacher, enz., m.a.w.
Let op: initiaalwoorden (pc, NS), letterwoorden (TROS, pin), maten en gewichten zonder punten.
2. De komma: bij een bijstelling, tussen twee persoonsvormen, tussen onderdelen van een opsomming (niet voor 'en'), bij een aanspreking of tussenwerpsel en voor een voegwoord.
3. De dubbele punt: o.a. voor het aankondingen van de directe rede.
4. De aanhalingstekens: naast het benadrukken van woorden, gebruik je ze om de directe rede aan te geven. (Zie volgende dia.)
14
Leestekens: lastige kwesties
Het plaatsen van de aanhalingstekens in dialogen:
– "Als u het mij vraagt," zei de diplomaat, "wordt het tijd voor internationale onderhandelingen."
– De president vroeg: "Moeten we een aantal regeringsleiders uitnodigen?"
– "Moeten we een aantal regeringsleiders uitnodigen?" vroeg de president.
– "Zet de ambassadeur direct het land uit!" beval de president.
15
Multiple Choice
5. Oefening hoofdletters en leestekens
Zin 1
In welke zin is de interpunctie correct?
Studenten die weinig colleges volgen, kunnen daar spijt van krijgen.
Studenten, die weinig colleges volgen, kunnen daar spijt van krijgen.
16
Multiple Choice
5. Oefening hoofdletters en leestekens
Zin 2
In welke zin is de interpunctie correct?
Het Nederlands voetbalelftal dat zeer sterk speelde, behaalde een knappe overwinning.
Het Nederlands voetbalelftal, dat zeer sterk speelde, behaalde een knappe overwinning.
17
Multiple Choice
5. Oefening hoofdletters en leestekens
Zin 3
In welke zin is de interpunctie correct?
Hij zei: “Dit was niet mijn bedoeling.”
Hij zei; “Dit was niet mijn bedoeling.”
18
Multiple Choice
5. Oefening hoofdletters en leestekens
Zin 4
In welke zin is de interpunctie correct?
“Wie het juiste antwoord weet mag het nu zeggen.”
“Wie het juiste antwoord weet, mag het nu zeggen.”
19
Multiple Choice
5. Oefening hoofdletters en leestekens
Zin 5
In welke zin is de interpunctie correct?
Hij vroeg of hij een dag vrij kon krijgen.
Hij vroeg: “Of hij een dag vrij kon krijgen.”
20
Tot slot: kun jij een tekstje voorzien van de juiste interpunctie?
Op de volgende dia volgt een opdracht, waarvoor je maar liefst 3 (!) minuten de tijd krijgt.
21
Fill in the Blanks
Type answer...
TV: sommige(n), leestekens en hoofdletters
Voorbereiding toets Taalvaardigheid

Show answer
Auto Play
Slide 1 / 21
SLIDE
Similar Resources on Wayground
18 questions
MATEMATICAS
Presentation
•
1st Grade
17 questions
Lección de Melódica
Presentation
•
1st Grade
18 questions
QUESTIONNAIRE SATISFACTION FORMATION_A CHAUD
Presentation
•
1st Grade
15 questions
14- Puente Cortázar
Presentation
•
1st Grade
17 questions
CLASE PRUEBA
Presentation
•
KG
15 questions
Dragon Ball Super
Presentation
•
1st - 2nd Grade
12 questions
POEMA
Presentation
•
KG
17 questions
PUNTO Y SEGUIDO, PUNTO Y APARTE, PUNTO FINAL
Presentation
•
1st Grade
Popular Resources on Wayground
20 questions
"What is the question asking??" Grades 3-5
Quiz
•
1st - 5th Grade
20 questions
“What is the question asking??” Grades 6-8
Quiz
•
6th - 8th Grade
10 questions
Fire Safety Quiz
Quiz
•
12th Grade
20 questions
Equivalent Fractions
Quiz
•
3rd Grade
34 questions
STAAR Review 6th - 8th grade Reading Part 1
Quiz
•
6th - 8th Grade
20 questions
“What is the question asking??” English I-II
Quiz
•
9th - 12th Grade
20 questions
Main Idea and Details
Quiz
•
5th Grade
47 questions
8th Grade Reading STAAR Ultimate Review!
Quiz
•
8th Grade
Discover more resources for Arts
20 questions
"What is the question asking??" Grades 3-5
Quiz
•
1st - 5th Grade
10 questions
Odd and even numbers
Quiz
•
1st - 2nd Grade
20 questions
Telling Time to the Hour and Half hour
Quiz
•
1st Grade
16 questions
Counting Coins counting money
Quiz
•
1st - 2nd Grade
20 questions
Halves and Fourths
Quiz
•
1st Grade
19 questions
Fire Safety
Quiz
•
KG - 2nd Grade
10 questions
SCR + ECR Restate and Answer Practice
Quiz
•
1st - 5th Grade
20 questions
Addition and Subtraction facts
Quiz
•
1st - 3rd Grade