Search Header Logo
H3 - fouten met verwijswoorden

H3 - fouten met verwijswoorden

Assessment

Presentation

World Languages

1st Grade

Hard

Created by

J van der Beek

Used 16+ times

FREE Resource

16 Slides • 8 Questions

1

hfst. 3 - fouten met verwijswoorden

Week 2

​j.vanderbeek@pierson.nl

2

​Lesplanning en doel(en)

Planning

​- 10 minuten lezen uit je leesboek.

​- aanvangsniveau bepalen.

​- theorie behandelen.

​- werkopdrachten maken.

Leerdoel

LD 2: je kunt op een juiste manier verwijswoorden toepassen.

3

Multiple Choice

De bibliotheek organiseert vaak leuke activiteiten voor ____ leden.

1

zijn

2

haar

4

Multiple Choice

Het boek Max Havelaar, ___ meer dan 150 jaar geleden voor het eerst gedrukt werd, is nog steeds actueel.

1

wat

2

dat

5

Multiple Choice

Wat vond je van de uitzending gisteren of heb je ____ niet gezien?

1

hem

2

haar

6

Multiple Choice

Ik vind dat je niet op ___ kunt rekenen.

1

hen

2

hun

7

Multiple Choice

De docent gaf ___ het kladpapier.

1

hen

2

hun

8

​Verwijswoorden

wijzen terug naar een woord dat eerder genoemd is.

media

9

​de-woord of het-woord

​Als je verwijst naar een de-woord -> die

​Als je verwijst naar een het-woord -> dat

  • Het meisje dat daar loopt, is erg populair.

  • De jongen die daar loopt, is erg populair.

10

Multiple Choice

Het verliefde echtpaar ___ volgend jaar 50 jaar is getrouwd, verdient een plaatsje in de krant.

1

dat

2

die

11

Multiple Choice

Dat boek ___ ik heb gelezen, raad ik iedereen aan.

1

die

2

dat

12

​Mannelijk of vrouwelijk?

​Erg lastig van elkaar te onderscheiden...

Zoek in het woordenboek op of een woord mannelijk (m) of vrouwelijk (v) is.

Let op: minister is van oorsprong een mannelijk (m) woord, dus 'De minister wist heel goed wat hij deed.'

​Maar wat doen we dan als we weten dat een minister een vrouw is (biologisch)?

13

​Mannelijk of vrouwelijk?

​De koninklijke familie dankt zijn/haar status aan Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands.

Wie zoekt op of het verwijswoord (m) of (v) moet zijn?

  1. ​Woordenboek.

  2. https://woordenlijst.org/

14

​Onzijdig

Onzijdige woorden zijn makkelijker te herkennen: het-woorden

Het team, het huis, het boek enz.

​Als je verwijst naar onzijdige woorden, gebruik je zijn en het.

​Het comité heeft in zijn vergadering besloten dat het akkoord gaat met de wijzigingen.

15

Een belangrijk vervolg op de het-woorden

​Namen, landen, provincies, steden en clubs en ook verkleinwoorden zijn het-woorden, waarnaar je verwijst met het en zijn.

​Noord-Brabant staat al jaren bekend om zijn gezelligheid.

Den Bosch staat bekend om zijn Oeteldonk.

16

​Hun of hen?

​Om de verwijswoorden hun en hen goed toe te kunnen passen, moet je weten wat een lijdend voorwerp, een meewerkend voorwerp en een voorzetsel is.

Lijdend voorwerp: een naam die/dat begint met een J.

Meewerkend voorwerp: een meisje die/dat begint met een L.

Voorzetsel: een jongen die/dat begint met een D.

17

​Hen

  • Hen wordt gebruikt als het in de zin om een lijdend voorwerp gaat.

  • Hen wordt na een voorzetsel gebruikt.

​Ik ga niet met hen in zee.

​Ik sla hen.

18

​Hun

  • Hun wordt gebruikt als het in de zin om een meewerkend voorwerp gaat.

  • ​Hun gebruik je nooit als onderwerp.

  • ​Hun komt nooit na een voorzetsel.

​Hij geeft hun de gemaakte goederen terug.

19

​Even oefenen

Op taalgevoel (10 sec. per zin)

​1. Het leven van hun/hen blijkt enorm gewaagd.

​2. De conducteur geeft hun/hen de treinkaartjes terug.

​3. Ik stap bij hun/hen echt niet in de auto.

20

​Even oefenen

Ontleed nu eerst de zin voordat je het verwijswoord kiest.

​1. Het leven van hun/hen blijkt enorm gewaagd.

​2. De conducteur geeft hun/hen de treinkaartjes terug.

​3. Ik stap bij hun/hen echt niet in de auto.

21

​Waarover of over wie?

Een vaste regel...

​Naar dieren en dingen verwijs je met waar+voorzetsel (waarover, waarvoor enz.)

​Naar mensen verwijs je met voorzetsel + wie (over wie, voor wie enz.)

Onze zeehelden, naar wie in veel steden straten zijn genoemd, waren geen lieverdjes.

22

Multiple Choice

Die leerlingen ___ wordt gezegd dat zij vervelend zijn, blijken best aardig te zijn.

1

waarover

2

over wie

23

​De laatste

​Het verwijswoord wat gebruik je om te verwijzen naar dat en datgene, naar een onbepaald voornaamwoord, naar een overtreffende trap of naar een hele zin.

Het mooiste wat ik ooit voor mijn verjaardag heb gekregen, is een gouden armband.

24

Huiswerk

Je bestudeert de theorie grondig en schrijft vragen op over de stof die jij niet begrijpt.

​Je maakt opdracht 1 t/m 4 in je schrift (blz. 97)

Volgende les huiswerkcheck + mondeling (steekproefgewijs)

hfst. 3 - fouten met verwijswoorden

Week 2

​j.vanderbeek@pierson.nl

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 24

SLIDE