Search Header Logo
H2 Herhaling naamwoordelijk gezegde

H2 Herhaling naamwoordelijk gezegde

Assessment

Presentation

World Languages

KG

Hard

Created by

Robin Duijsens

FREE Resource

2 Slides • 28 Questions

1

H2 Herhaling

naamwoordelijk gezegde

2

Succes!

Bij de volgende vragen bepaal je of het een 'wwg' of een 'nwg' is.

de vragen gaan van makkelijk naar moeilijk.​

3

Multiple Choice

Frederik is naar school gelopen.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

4

Multiple Choice

Lieke is lief.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

5

Multiple Choice

In welke zin staat een naamwoordelijk gezegde?

1

Hij kwam gisteren te laat.

2

Zij is naar school gefietst.

3

Bert loopt over straat.

4

Simon is een student.

6

Multiple Choice

Daan eet een koekje.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

7

Multiple Choice

Daan schijnt aardig te zijn.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

8

Multiple Choice

H

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

9

Multiple Choice

Tim lijkt wel gek.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

10

Multiple Choice

Sara blijft lachen.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

11

Multiple Choice

Sara blijft lief.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

12

Multiple Choice

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Jan zat naar buiten te kijken.

1

zat

2

zat te kijken

3

zat kijken

4

kijken

13

Multiple Choice

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Zij heeft vast de broek aan in hun relatie.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

14

Multiple Choice

Mijn zusje wil schrijfster worden.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

15

Multiple Choice

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Zij heeft vast de broek aan in hun relatie.

1

wil worden

2

wil schrijfster worden

3

schrijfster

4

schrijfster worden

16

Multiple Choice

De toets is moeilijk.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

17

Multiple Choice

Wat is het werkwoordelijk gezegde?

De toets is moeilijk.

1

moeilijk

2

De toets

3

is

4

is moeilijk

18

Multiple Choice

Januari bracht dit jaar veel regen.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

19

Multiple Choice

Het spatbord was snel gerepareerd.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

20

Multiple Choice

Hoelang is hij al populair?

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

21

Multiple Choice

Uiteindelijk is ook hij volwassen geworden.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

22

Multiple Choice

We hebben een jaar voor dit reisje gespaard.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

23

Multiple Choice

Ajax leed een grote nederlaag.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

24

Multiple Choice

Hij las het verslag aan het begin van de vergadering voor.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

25

Multiple Choice

Het bouwen van die brug was niet gemakkelijk.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

26

Multiple Choice

Het blussen van de brand duurde uren.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

27

Multiple Choice

Wanneer knap jij die fiets eens op?

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

28

Multiple Choice

Deze oplossing lijkt mij erg goed.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

29

Multiple Choice

Volgens de minister blijft de hulp noodzakelijk.

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

30

Multiple Choice

Waarom hebben jullie hem dat niet verteld?

1

werkwoordelijk gezegde

2

naamwoordelijk gezegde

H2 Herhaling

naamwoordelijk gezegde

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 30

SLIDE