

Signaalwoorden, tekstverbanden en verwijswoorden, les 2
Presentation
•
World Languages
•
1st Grade
•
Hard
sasa br
Used 2+ times
FREE Resource
3 Slides • 25 Questions
1
Signaalwoorden, tekstverbanden en verwijswoorden
By sasa br
2
Google signaalwoorden en tekstverbanden als je het niet begrijpt. Of ga naar de toolbox van PLOT 26 en bekijk de theorie.
3
Voor de toets hoef jij maar 3 tekstverbanden te kennen en de daarbij behorende signaalwoorden. Je moet dit dus wel leren en onthouden.
Tekstverband reden
Tesktverband tegenstelling
tekstverband opsomming
Welke signaalwoorden horen bij reden?
Welke signaalwoorden horen bij tegenstelling?
Welke signaalwoorden horen bij opsomming?
!Belangrijk: informatie over de toets!
4
Multiple Choice
- Noteer het juiste verwijswoord.
Op dat moment kwam er een bus aan. Die stopte met piepende remmen.
die verwijst naar een bus
op verwijst naar een bus
die verwijst naar piepende remmen
op verwijst naar piepende remmen
5
Fill in the Blanks
Type answer...
6
Fill in the Blanks
Type answer...
7
Multiple Choice
'Hij' is een ...
- De Luikse ingenieur Georges Nagelmackers had een droom. Hij wilde lange treinreizen in Europa mogelijk maken.
signaalwoord
verwijswoord
werkwoord
8
Multiple Choice
Welk verband geeft het signaalwoord ‘Toch’ aan?
- Volwassenen hebben er minder last van. Toch hebben zij dezelfde bacteriën in hun mond.
reden
oorzaak
tegenstelling
9
Multiple Choice
Welk woord in de volgende zin is een signaalwoord?
- Twee weken lang werd er vergaderd, tot alle landen akkoord waren. Dat was erg moeilijk. Want elk land wou voor zichzelf haalbare doelen stellen.
Dat
Want
10
Fill in the Blanks
Type answer...
11
Fill in the Blanks
Type answer...
12
Multiple Choice
Welk verband geeft het signaalwoord 'maar' aan?
- Steevast staat er kalkoen op het menu. Maar dit jaar is er een tekort aan kalkoenen.
oorzaak
gevolg
tegenstelling
13
Multiple Choice
'Zij' is een...
- KLAP sprak met Gudrun Makelberge. Zij is een Belgische illustrator en woont in Frankrijk.
signaalwoord
verwijswoord
werkwoord
14
Multiple Choice
Van welk verband is sprake in de volgende zin?
Ik heb je verhaal gelezen, maar je opdracht nog niet nagekeken.
Tegenstellend
Toelichtend
Vergelijkend
Voorwaardelijk
15
Multiple Choice
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'toch'?
Tegenstellend
Voorwaardelijk
Opsommend
Concluderend
16
Multiple Choice
Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'bovendien'?
Redengevend
Opsommend
Vergelijkend
Toelichtend
17
Multiple Choice
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Mijn tante houdt niet van winkelen, maar mijn moeder vindt het heel erg leuk.
tijd
reden
tegenstelling
opsomming
18
Multiple Choice
Welk tekstverband staat in deze zin:
Wij houden van heerlijk eten. Niet alleen van pizza's maar ook van Belgische wafels met slagroom.
opsomming
tijdsvolgorde
tegenstelling
uitleg
19
Multiple Choice
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Mijn oom is heel erg avontuurlijk. Mijn tante daarentegen is helemaal niet avontuurlijk en wil niet graag nieuwe dingen beleven.
opsomming
volgorde
voorbeeld
tegenstelling
20
Multiple Choice
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Ik heb besloten om vanmiddag naar de kapper te gaan, omdat ik mijn haren nu echt te lang vind .
opsomming
tegenstelling
tijd
reden
21
Multiple Choice
Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?
Ik zou graag Spaans willen leren spreken, omdat ik vaak naar landen ga waar ze deze taal spreken.
tegenstelling
volgorde
reden
tijd
22
Multiple Choice
Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?
Mijn moeder wil groenten en fruit kopen. Verder brood en daarnaast wat broodbeleg en tot slot een paar toetjes.
tijd
opsomming
voorbeeld
reden
23
Multiple Choice
Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?
Ten eerste vind ik het heel erg leuk om naar school te gaan en ten tweede leer ik er veel van.
voorbeeld
tijd
reden
opsomming
24
Multiple Choice
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?
ook
eerst
maar
doordat
25
Multiple Choice
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?
maar
dan
tevens
als
26
Multiple Choice
'Ten eerste', 'ten tweede' en 'daarna' geven een opsomming aan.
juist
onjuist
27
Multiple Choice
'Ik vind je aardig, maar ik kan je niet helpen'
'Maar' geeft een vergelijking aan
'Maar' geeft een tegenstelling aan
28
Multiple Choice
Hoewel ik genoeg geld heb, koop ik die telefoon toch niet.
Dit is een vergelijking
Dit is een tegenstelling
Signaalwoorden, tekstverbanden en verwijswoorden
By sasa br
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 28
SLIDE
Similar Resources on Wayground
22 questions
ecologie
Presentation
•
KG
19 questions
3.5 Einde Koude Oorlog
Presentation
•
1st Grade
19 questions
getallen tot 10.000
Presentation
•
3rd - 7th Grade
26 questions
1tHV Theme 3
Presentation
•
1st Grade
28 questions
29-3 LA
Presentation
•
1st Grade
24 questions
Module 2 casus 2
Presentation
•
2nd Grade
27 questions
1M/H comparisons
Presentation
•
KG
20 questions
Online les M3 - 8 januari
Presentation
•
3rd Grade
Popular Resources on Wayground
11 questions
Hallway & Bathroom Expectations
Quiz
•
6th - 8th Grade
10 questions
HCS SCI 03 Summer School Assessment 2
Quiz
•
3rd Grade
11 questions
Home Scope
Quiz
•
7th - 8th Grade
12 questions
2026 TAP Technology in the Classroom
Presentation
•
Professional Development
15 questions
HCS SCI 05 Summer School Assessment 2 Review
Quiz
•
5th Grade
15 questions
HCS SCI 04 Summer School Review 2
Quiz
•
4th Grade
59 questions
Geometry Unit 3 Review
Quiz
•
9th - 12th Grade
14 questions
FAST ELA READING SMAPLE TEST MATERIALS
Passage
•
3rd Grade