Search Header Logo
H6 herhaling theorie

H6 herhaling theorie

Assessment

Presentation

Other

9th - 12th Grade

Practice Problem

Hard

Created by

Pam Hekerman

FREE Resource

3 Slides • 9 Questions

1

6.4 Meer of minder productie?

2

Wat gaan we doen vandaag?

  • Herhaling hoofdstuk 6

  • Rekentrainer

  • Extra uitleg moeilijke begrippen

3

Multiple Choice

Wat zijn inkoopkosten?

1
Inkoopkosten zijn de kosten die een bedrijf maakt bij de verkoop van goederen.
2
Inkoopkosten zijn de kosten die een bedrijf maakt bij de inkoop van goederen of diensten die nodig zijn voor de bedrijfsvoering.
3
Inkoopkosten zijn de kosten die een bedrijf maakt bij het inhuren van personeel.
4
Inkoopkosten zijn de kosten die een bedrijf maakt bij het ontwikkelen van nieuwe producten.

4

Multiple Select

Nora heeft een bakkerij. Hier bakt zij vooral brood en gebak samen met haar medewerkers.

Welke productiefactoren zijn van toepassing in deze situatie?

1

Kapitaal

2

Arbeid

3

Natuur

4

Ondernemerschap

5

Fill in the Blank

Het totaal van alle beloningen voor de productiefactoren samen

is gelijk aan de totale __________________ van de productie.

6

Fill in the Blank

Nora koopt een spiraalkneder van €9.000

Deze gaat 10 jaar mee. Daarna zal deze nog €2.000 waard zijn.

Wat is de jaarlijkse afschrijving?

7

Multiple Choice

Je koopt t-shirts in, maar wilt het voor meer geld verkopen. Daarom tel je er een bedrag bij op. Dat noem je de brutowinstopslag.

De inkoopprijs + de brutowinstopslag = ________________

1

Consumentenprijs

2

Verkoopprijs

3

Brutowinst

4

Inkoopwaarde

8

Fill in the Blank

Met een deel van de brutowinstopslag kan je de bedrijfskosten betalen.

Noem twee voorbeelden van bedrijfskosten.

9

Multiple Choice

Bij benzinestations aan de snelweg is altijd veel …[A]… benzine, dus is de prijs van benzine daar meestal …[B]…

1

A) Aanbod van
B) Hoger

2

A) Vraag naar

B) Lager

3

A) Aanbod van

B) Lager

4

B) Vraag naar
C) Hoger

10

Multiple Choice

Wat betekent het begrip brutowinst?

1
Het totale bedrag aan winst na aftrek van alle kosten
2
Het bedrag dat overblijft na belastingaftrek
3

Wat je overhoudt van de omzet nadat je de inkoopwaarde ervan betaald hebt

11

Multiple Choice

Wat betekent nettoresultaat?

1

Het bedrag dat uiteindelijk overblijft nadat je ook alle bedrijfskosten hebt betaald

2
Het totale inkomen voor belastingen
3
Het bedrag dat wordt geïnvesteerd in het bedrijf
4
Het verschil tussen bruto- en nettowinst

12

Je bent klaar!

Open je boek op pagina 182: de rekentrainer

Maak opdracht 1 t/m 9

6.4 Meer of minder productie?

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 12

SLIDE