Search Header Logo
La familia

La familia

Assessment

Presentation

World Languages

9th - 12th Grade

Practice Problem

Medium

Created by

Elles Bakker

Used 2+ times

FREE Resource

11 Slides • 24 Questions

1

media

Clase de español

Semana 45

2

media

De les van vandaag

Vandaag ga je zelfstandig aan de slag met het thema la familia.

Leerdoelen:
Je kent de namen van de familieleden in het Spaans
Je kunt familieleden in het Spaans beschrijven
Je kunt de werkwoorden ser, tener en llamarse toepassen

3

media

Mi familia

Bekijk goed de
stamboom met de
familieleden.

Je gaat hier
zo een quiz over
spelen

media

4

Match

Combineer de Spaanse familieleden met de Nederlandse vertaling:

el hermano

la prima

el abuelo

la tía

el hijo

de broer

de nicht

de opa

de tante

de zoon

5

media
media

Mi familia: lees de tekst en bekijk de stamboom

Pablo y Nuria son mis hermanos. Mi padre se
llama Daniel y mi madre Vanesa.
Por parte de madre tengo dos tíos: el tío Alberto y la tía Marina.
Por parte de padre tengo dos primos: Laura y Jesús. Sus padres, Óscar y Silvia, son mis tíos.
Mis abuelos se llaman Alonso y Javi, y mis abuelas se llaman Clara y Mónica.

6

Fill in the Blank

Question image

Pablo es mi ___

7

Fill in the Blank

Question image

Daniel es mi ___

8

Fill in the Blank

Question image

Silvia es mi ___

9

Fill in the Blank

Question image

Javi es mi ___

10

Fill in the Blank

Question image

Laura es mi ___

11

Fill in the Blank

Question image

Clara es mi ___

12

Fill in the Blank

Question image

Nuria es mi ___

13

media

Fragmento de vídeo

Bekijk het fragment en beantwoord daarna de vragen.

Je gaat een fragment bekijken, waarin Sonia en María praten over hun familie.

14

15

Multiple Choice

Wie werkt in een apotheek?

El ___ de María.

1

padre

2

hermano

3

abuelo

4

tío

16

Multiple Choice

Wie wonen er in een dorp bij Alicante?

Los ___ de María.

1

primos

2

tíos

3

abuelos

4

padre

17

Multiple Choice

Sonia zegt:

Mis ___ tienen un restaurante.

1

padres

2

hermanos

3

abuelos

4

tíos

18

Multiple Choice

Wat vertelt Sonia over haar broers en/of zussen?

Tengo ___.

1

2 hermanos

2

2 hermanas y un hermano

3

3 hermanas

4

una hermana y dos hermanos

19

Multiple Choice

María gaat naar de bioscoop met haar: ___

1

padres

2

hermanas

3

primos

4

amigos

20

Multiple Choice

Celia es la ___ de María.

1

madre

2

hermana

3

abuela

4

prima

21

media

Bekijk de 3 werkwoorden

ser

tener

llamarse

Yo

Soy

Tengo

Me llamo

Eres

Tienes

Te llamas

Él, ella, usted

Es

Tiene

Se llama

Nosotros/-as

Somos

Tenemos

Nos llamamos

Vosotros/-as

Sois

Tenéis

Os llamáis

Ellos-/-as, ustedes

Son

Tienen

Se llaman

De werkwoorden ser (=zijn), tener (=hebben) en llamarse (=heten), zijn handige werkwoorden als je je familie beschrijft.

22

Match

Combineer de werkwoordsvormen met de juiste vertaling:

hij is

zij heet

ik heb

zij zijn

zij heten

es

se llama

tengo

son

se llaman

23

media

Bekijk nogmaals de 3 werkwoorden

ser

tener

llamarse

Yo

Soy

Tengo

Me llamo

Eres

Tienes

Te llamas

Él, ella, usted

Es

Tiene

Se llama

Nosotros/-as

Somos

Tenemos

Nos llamamos

Vosotros/-as

Sois

Tenéis

Os llamáis

Ellos-/-as, ustedes

Son

Tienen

Se llaman

De werkwoorden ser (=zijn), tener (=hebben) en llamarse (=heten), zijn handige werkwoorden als je je familie beschrijft.

24

Fill in the Blank

Maak de zin compleet:

Yo ___ una familia grande. (ik heb)

25

Fill in the Blank

Maak de zin compleet:

Mi hermano ___ Paco. (hij heet)

26

Fill in the Blank

Maak de zin compleet:

Mi prima ___ inteligente. (zij is)

27

Fill in the Blank

Maak de zin compleet:

Mis tíos ___ Carmen y Simón. (zij heten)

28

Fill in the Blank

Maak de zin compleet:

Mi hermano ___ 15 años. (hij heeft)

29

Fill in the Blank

Maak de zin compleet:

Mis abuelos ___ simpáticos. (zij zijn)

30

media
media

Un quiz

Ken je al een aantal familieleden in het Spaans? Speel de quiz!

31

media
media
media
media

Mi familia

Bekijk de stamboom, lees de beschrijvingen en schrijf de juiste namen bij de nummers.

32

Open Ended

Question image

Wie is wie? Nummer van 1 t/m 7 en schrijf de juiste naam erbij.

Kies uit: Paco - Juan - Carlos - Gloria - Lola - Ana - Emilia

33

Open Ended

Beschrijf nu je eigen familie in 5 zinnen (in het Spaans):

34

media

Terugblik

Vandaag ben je zelfstandig aan de slag gegaan met het thema la familia.

Je hebt gewerkt aan de volgende leerdoelen:
Je kent de namen van de familieleden in het Spaans
Je kunt familieleden in het Spaans beschrijven
Je kunt de werkwoorden ser, tener en llamarse toepassen

35

Open Ended

Heb je de leerdoelen bereikt? Zo nee, wat heb je hier nog voor nodig?

media

Clase de español

Semana 45

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 35

SLIDE