Search Header Logo
Elektriciteit hoofdstuk 4 paragraaf 3 en 4

Elektriciteit hoofdstuk 4 paragraaf 3 en 4

Assessment

Presentation

Physics

10th Grade

Practice Problem

Easy

Created by

Arie van der Spek

Used 7+ times

FREE Resource

0 Slides • 15 Questions

1

Multiple Choice

Question image

Door punt B loopt .... stroom

1

175 mA

2

300 mA

3

85 mA

4

95 mA

2

Multiple Choice

Question image

Eén snoertje zit los. Welk snoertje zou er los zitten als lampje A wel brand en lampje B niet?

1

3 of 4

2

1 of 3

3

4 of 5

4

5 of 6

3

Multiple Choice

In een schakeling zitten twee lampjes die elk apart met een schakelaar aan- en uitgezet kunnen worden

1

Dit moet dan een serieschakeling zijn

2

Dit moet dan een parallelschakeling zijn

3

Beide zijn mogelijk

4

Multiple Choice

Een schakeling zonder vertakking heet een.........

Een tekening van een schakeling waarin elk onderdeel met een speciaal symbool is getekend noemt men een.......

1

parallelschakeling / schakelschema

2

parallelschakeling / symbolenschema

3

serieschakeling / schakelschema

4

serieschakeling / schakelschema

5

Multiple Choice

De spanning op een stopcontact in huis is  .... volt

1

24 V

2

220 V

3

12 V

4

230 V

6

Multiple Choice

Question image

Door lampje A loopt 1,5 A. Lampje A en B zijn gelijk. Door welke draden  loopt 1,5 A

1

1, 2, 3, 4

2

2, 3, 4, 6

3

1, 3, 4, 5

4

2, 3, 4, 5

7

Multiple Choice

Wat is het vermogen van een apparaat?

1

Hoeveel stroom het apparaat verbruikt

2

Hoeveel spanning het apparaat nodig heeft

3

Hoeveel energie het apparaat gebruikt

4

Hoeveel energie het apparaat in een seconde of uur gebruikt

8

Multiple Choice

Waar is het vermogen van een apparaat van afhankelijk?

1

Van de spanning en de stroomsterkte

2

Alleen afhankelijk van de spanning

3

Alleen afhankelijk van de stroomsterkte

4

Van de spanning en stroomsterkte per seconde

9

Multiple Choice

Het vermogen van een apparaat kunnen we met een formule berekenen. Welke formule is de juiste formule?

1

U = P x I

2

P = U x I

3

P = U : I

4

P = U : I

10

Multiple Choice

Het vermogen noemt men .....

1

de grootheid

2

Watt

3

de eenheid

4

Volt

11

Multiple Choice

De stroomsterkte noemt men.....

1

de grootheid

2

de eenheid

3

Ampère

4

Volt

12

Multiple Choice

De eenheid van stroomsterkte is .....

1

de grootheid

2

Watt

3

Ampère

4

Volt

13

Multiple Choice

De spanning noemt men.....

1

de grootheid

2

de eenheid

3

Ampère

4

Volt

14

Fill in the Blanks

media image

Fenna doet een proef met een lampje (12 V, 440 mA), waarbij ze de spanning over het lampje stap voor stap groter maakt. Elke keer meet ze de bijbehorende stroomsterkte. In de tabel hieronder zie je haar meetresultaten. Vul de ontbrekende getallen in.  Denk aan het toepassen van de juiste formule. Antwoorden met puntkomma en een spatie scheiden. Dus 0,18; 0,26; 0,32; 0,37; 0,41; 0,44

Type answer...

15

Fill in the Blanks

media image

Wat is het vermogen van de motor?

Type answer...

pattern-tertiary
Question image

Door punt B loopt .... stroom

1

175 mA

2

300 mA

3

85 mA

4

95 mA

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 15

MULTIPLE CHOICE