
Oefenvragen H7
Other
University
Used 2+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
7 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
2 mins • 1 pt
(7.2) Eline houdt van tekenen. Ze krijgt altijd erg veel complimenten van haar vriendinnen over haar tekeningen. Haar tekenleraar vertelde haar dat zij een bijzondere, eigen stijl heeft. Hierdoor is ze zelf ook gaan geloven dat zij talent voor tekenen heeft.
Bas houdt van wiskunde. Hij haalt altijd hoge cijfers en deed mee aan de landelijke wiskundeolympiade. Daar eindigde hij bij de beste drie. Hierdoor is hij zelf ook gaan geloven dat hij een talentvoor wiskunde heeft.
Bij beide leerlingen is sprake van het verhogen van hun zelfwaardering op een specifiek domein. Vanuit welk model is dit te verklaren?
Bij Eline is sprake van het competentie model en bij Bas van het reflected appraisal model.
Bij Eline is sprake van het reflected appraisal model en bij Bas van het competentie model.
Bij Eline en Bas is sprake van het competentie model.
Bij Eline en Bas is sprake van het reflected appraisal model.
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
(7.3) Verschillende onderzoeken laten een relatie zien tussen zelfwaardering en prestaties op school.
Op welke manier houden zelfwaardering en prestaties verband met elkaar?
Betere schoolprestaties leiden tot een hogere zelfwaardering.
Hogere zelfwaardering leidt tot betere prestaties op school.
Betere schoolprestaties leiden tot een hogere zelfwaardering en een hogere zelfwaarderingleidt tot betere prestaties op school.
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
(7.4) De ego-ontwikkelingstheorie van Loevinger onderscheidt 9 stadia.
Wat kunnen we zeggen over het presociale en symbiotische stadium?
Impulsiviteit en afhankelijkheid staan centraal. Persoon volgt eigen impulsen maar is nog afhankelijk van anderen.
Het ego ontstaat, iemand hecht zich sterk aan zijn moeder. Er wordt nog geen onderscheid tussen het zelf en de moeder gemaakt.
Individuen zijn bang om betrapt te worden en beschermen zichzelf, zijn manipulerend, gebruiken anderen en leggen de schuld bij anderen.
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
(7.5) De identiteitstheorie van Erikson is uitgewerkt door Marcia. Hierin kennen we 4 stijlen van identiteitsstatussen.
Wat kunnen we zeggen over de foreclosure status?
De identiteit is bereikt. De adolescent heeft de periode gehad met exploraties en is daarna bindingen aangegaan.
Volwassen identiteit is uitgesteld, de adolescent is aan het worstelen met identiteitskwesties en aan het exploreren. Bindingen kunnen wel aanwezig zijn maar vaag.
De identiteitsontwikkeling is te vroeg afgesloten, individu is wel bindingen aangegaan, maar hieraan is geen periode van exploratie vooraf gegaan.
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
(7.6) In welke status is een volwassen-identiteit bereikt?
achievement
diffusion
foreclusore
identity
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
(7.7) Het zelfconcept van de adolescent is vanaf de kindertijd realistischer geworden.
Welke verklaring is het minst plausibel?
Beter begrip in het perspectief van anderen.
Beter vermogen tot vergelijken eigen kenmerken met die van anderen.
Gegroeid emotioneel bewustzijn.
Meer ervaring met typische problemen voor de adolescent.
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
(7.7) Contextuele factoren kunnen de zelfwaardering van de adolescenten stimuleren.
Welke van de vier factoren is hierop het minst van toepassing?
Het halen van hoge cijfers op school
Een welvarend huishouden
Schooltransities
Autoritatieve opvoedingsstijl
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?