
Werkwoordspelling brugklas
Authored by Kirsten Klerks
Other
6th Grade
Used 25+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
15 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Lisa's kleine zusjes (plukken) bloemen uit de tuin van de buren.
plukte
plukde
plukten
plukden
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Waar (denken) jij aan toen je dat deed?
dacht
denkte
dachten
denkten
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
De Romeinen (stichten) Nijmegen in de eerste eeuw.
stichte
stichtte
stichten
stichtten
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Gisteren (rijden) mijn buurjongen op een fiets zonder stuur.
rijdde
reed
rijdden
reden
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Bij de sterrenwacht (zien) we dat er die nacht veel sterren vielen.
zag
ziende
zagen
zienden
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Die rare actie van jou (verbazen) mij niets.
verbaaste
verbaasde
verbaasten
verbaasden
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
1 min • 1 pt
Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in de verleden tijd in:
Deze zomer (beleven) ik een avontuur om nooit te vergeten.
beleefte
beleefde
beleeften
beleefden
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?