Campus 1: Les 32: Letterlijk en figuurlijk taalgebruik

Campus 1: Les 32: Letterlijk en figuurlijk taalgebruik

1st Grade

15 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

woordenschat th 4 les 1

woordenschat th 4 les 1

1st - 12th Grade

12 Qs

Woordenschat Taal in  Beeld Blok 5 groep 6

Woordenschat Taal in Beeld Blok 5 groep 6

1st - 5th Grade

15 Qs

D5L1 - Letterlijk en figuurlijk taalgebruik - Heb je 't beet

D5L1 - Letterlijk en figuurlijk taalgebruik - Heb je 't beet

1st Grade

15 Qs

woordenschat Nederlands

woordenschat Nederlands

KG - University

10 Qs

synoniemen klas 1

synoniemen klas 1

KG - 1st Grade

20 Qs

Woordenschat NN6 kgt1 hoofdstuk 3

Woordenschat NN6 kgt1 hoofdstuk 3

1st - 12th Grade

20 Qs

Woorden 3.5 GL + KL

Woorden 3.5 GL + KL

1st Grade

11 Qs

Oefening voor OH Campus Les 50 Schooltaalwoorden

Oefening voor OH Campus Les 50 Schooltaalwoorden

1st Grade

10 Qs

Campus 1: Les 32: Letterlijk en figuurlijk taalgebruik

Campus 1: Les 32: Letterlijk en figuurlijk taalgebruik

Assessment

Quiz

World Languages

1st Grade

Easy

Created by

Lara De Schutter

Used 15+ times

FREE Resource

15 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Duid de betekenis aan.

Je hebt lange vingers.

Je steelt vaak.

Je houdt van werken in de tuin.

Je wordt betrapt.

Je geeft toe.

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Duid de betekenis aan.

Je maakt iemand blij met een dode mus

Je weet niet waar iets over gaat.

Je bent werkloos, je hebt geen onderdak.

Je maakt iemand blij met iets wat niet doorgaat.

Het gebeurt binnenkort.

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Duid de betekenis aan.

Hij zit met de gebakken peren.

Hij heeft er geen verstand van. Hij weet het niet.

Hij zal niemand helpen.

Hij zit in een voordelige positie.

Hij moet de vervelende gevolgen ervaren.

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Duid de betekenis aan.

Ze is de draad kwijt.

Ze weet niet waar iets over gaat.

Ze beschermt iemand.

Ze zit in een voordelige positie. Ze is blij.

Ze krijgt iets niet voor elkaar, ook al doet ze haar best.

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Duid de betekenis aan.

Dat kun je wel op je buik schrijven.

Je steelt vaak.

Dat gaat niet door. Dat kun je wel vergeten.

Het gebeurt binnenkort. Het is zeer nabij.

Je helpt iemand niet.

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Welke uitdrukking past bij de betekenis?

iemand laten wachten op een duidelijk antwoord

iemand in de kou laten staan

iemand aan het lijntje houden

iemand blij maken met een dode mus

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Welke uitdrukking past bij de betekenis?

mislukken, verkeerd aflopen

lange vingers hebben

ergens geen kaas van hebben gegeten

de mist ingaan

water bij de wijn doen

Create a free account and access millions of resources

Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports
or continue with
Microsoft
Apple
Others
By signing up, you agree to our Terms of Service & Privacy Policy
Already have an account?