
NL 1h - ww. gez + ow.
Authored by Inge Boer
World Languages
2nd Grade
Used 1+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
8 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Het werkwoordelijk gezegde is:
Alle zelfstandige naamwoorden de zin (dus woorden waar je de/het/een voor zet)
Alle werkwoorden in de zin (niet 'te')
Alle werkwoorden in de zin (ook 'te' voor een heel ww.)
Alleen de persoonsvorm en het volt. deelw. samen
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Het onderwerp in de zin is
Het antwoord op de vraag: wie/wat + lidwoorden
Het antwoord op de vraag: wie/wat + ww. gez.
Het antwoord op de vraag: aan wie/wat + ww. gez.
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
De vrolijke meisjes fietsen naar school.
Meisjes = onderwerp
De vrolijke meisjes = onderwerp
Fietsen = onderwerp
School = onderwerp
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Gisteren hebben mijn broer en ik samen gekookt.
Hebben = onderwerp.
Mijn broer = onderwerp
Ik = onderwerp
Mijn broer en ik = onderwerp
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Koken is absoluut niet mijn hobby.
Koken = onderwerp
Absoluut = onderwerp
Mijn hobby = onderwerp
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Maar ik hou wel van fotograferen.
Ik = onderwerp
hou van = onderwerp
fotograferen = onderwerp
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Alle leerlingen uit klas 1 h/v hebben gisteren deelgenomen aan de activiteiten.
Leerlingen = onderwerp
activiteiten = onderwerp
Alle leerlingen uit klas 1 h/v = onderwerp
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?