Search Header Logo

5H biologie alle stof

Authored by Karlijn van Beek

Biology

10th - 12th Grade

Used 2+ times

5H biologie alle stof
AI

AI Actions

Add similar questions

Adjust reading levels

Convert to real-world scenario

Translate activity

More...

    Content View

    Student View

20 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

A1

Het organisme op de afbeelding doet aan fotosynthese, is ééncellig en bevat een celkern.

Dit organisme is een

dier

plant

bacterie

schimmel

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

A4

Welke uitspraak is juist?

Geslachtscellen bevatten slechts 1 chromosoom

In een zaadcel kunnen geen X-chromosomen voorkomen

Een menselijke geslachtscel bevat 24 chromosomen

In een eicel kunnen geen Y-chromosomen voorkomen

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

A8

Welke van onderstaande omschrijvingen geeft op juiste wijze weer wat fotosynthese is?

Proces waarbij glucose en zuurstof wordt omgezet in water en koolstofdioxide. Dit kost energie.

Proces waarbij water en koolstofdioxide wordt omgezet in glucose en zuurstof. Dit kost energie.

Proces waarbij glucose en zuurstof wordt omgezet in water en koolstofdioxide. Dit levert energie op.

Proces waarbij water en koolstofdioxide wordt omgezet in glucose en zuurstof. Dit levert energie op.

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

C1

Welke stelling is NIET juist:

Een enzym is een stof die een scheikundige reactie versnelt

Een enzym is een eiwit

Enzymen spelen een belangrijke rol bij de spijsvertering

Enzymen zijn alleen werkzaam binnen de cel

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

E6

Welke groep in de pyramide zijn planteneters?

Producenten

Consumenten 1e orde

Consumenten 2e orde

Consumenten 3e orde

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Media Image

Wat is de naam van onderdeel 1 en wat geven de zwarte pijlen (2) aan in dit onderdeel?

1 = celkern, 2 = prikkel

1 = axon, 2 = impuls

1 = axon, 2 = prikkel

1 = dendriet, 2 = impuls

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Een vleermuis gebruikt echolocatie voor het opsporen van vliegende prooien zoals insecten. Daarbij maakt de vleermuis geluiden die weerkaatst worden door de omgeving. Door het opvangen van de weerkaatste geluiden bepaalt het dier waar de insecten zich bevinden. De vleermuis vliegt er dan op af om ze op te eten.​

De vleermuis gebruikt spieren om de geluiden te maken. Deze spieren laten de stembanden bewegen en worden snelle spieren genoemd omdat ze wel 160 keer per seconde kunnen samentrekken.​

Welke zenuwcellen geven impulsen aan de snelle spieren?

Schakelcellen

Gevoelszenuwcellen

Bewegingszenuwcellen

Access all questions and much more by creating a free account

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?