Search Header Logo

Grammatica woordsoorten - herhaling

Authored by Mevrouw Nederlands

World Languages

KG

Used 3+ times

Grammatica woordsoorten - herhaling
AI

AI Actions

Add similar questions

Adjust reading levels

Convert to real-world scenario

Translate activity

More...

    Content View

    Student View

70 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wat doe je als je bij het onderdeel 'grammatica' de woordsoort van een woord benoemt?

Je geeft een zinsdeel een naam, bijvoorbeeld 'onderwerp', 'werkwoordelijk gezegde' of 'lijdend voorwerp'.

Je geeft een woord een naam, bijvoorbeeld 'zelfstandig naamwoord', 'werkwoord' of 'lidwoord'.

Je geeft een woord een naam, bijvoorbeeld 'synoniem', 'tegenstelling' of 'samenstelling'.

Je zet het woord in het meervoud of enkelvoud of je maakt er een verkleinwoord van.

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wat doe je als je bij het onderdeel 'grammatica' de woordsoort van een woord benoemt?

Je geeft een zinsdeel een naam, bijvoorbeeld 'onderwerp', 'werkwoordelijk gezegde' of 'lijdend voorwerp'.

Je geeft een woord een naam, bijvoorbeeld 'zelfstandig naamwoord', 'werkwoord' of 'lidwoord'.

Je geeft een woord een naam, bijvoorbeeld 'synoniem', 'tegenstelling' of 'samenstelling'.

Je zet het woord in het meervoud of enkelvoud of je maakt er een verkleinwoord van.

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

De woorden 'kamers', 'Mozes', 'ideetje', 'inktvis', 'koekoeksbloem' en 'skippybal' horen bij dezelfde woordsoort (zelfstandig naamwoord).

Wanneer horen woorden bij dezelfde woordsoort?

Als de woorden dezelfde kenmerken hebben

Als de woorden hetzelfde betekenen

Als je de woorden altijd samen gebruikt

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

De woorden 'de', 'het' en 'een' horen bij dezelfde woordsoort (lidwoord). Waarom horen ze eigenlijk bij dezelfde woordsoort?

Omdat de woorden dezelfde kenmerken hebben

Omdat de woorden hetzelfde betekenen

Omdat je de woorden samen gebruikt

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

De woorden 'struikelen', 'zijn', 'werken', 'gebeuren', 'moeten' en 'sneeuwen' horen bij dezelfde woordsoort (werkwoord). Waarom horen ze eigenlijk bij dezelfde woordsoort?


Omdat de woorden dezelfde kenmerken hebben

Omdat de woorden hetzelfde betekenen

Omdat je de woorden altijd samen gebruikt

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

De woorden 'van', 'op', 'naast', 'tegen', 'achter', 'gedurende' en 'tijdens' horen bij dezelfde woordsoort (voorzetsel). Waarom horen ze eigenlijk bij dezelfde woordsoort?

Omdat de woorden dezelfde kenmerken hebben

Omdat de woorden hetzelfde betekenen

Omdat je de woorden altijd samen gebruikt

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Wanneer horen twee woorden bij dezelfde woordsoort?

Als de woorden dezelfde kenmerken hebben

Als de woorden hetzelfde betekenen

Als je de woorden altijd samen gebruikt

Access all questions and much more by creating a free account

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?

Discover more resources for World Languages