20 meest gebruikt werkwoorden in het Spaans in zinnen

20 meest gebruikt werkwoorden in het Spaans in zinnen

3rd Grade

25 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

Ik-vorm

Ik-vorm

1st - 12th Grade

23 Qs

Woordenschat + Taalverzorging H4 3bk

Woordenschat + Taalverzorging H4 3bk

1st - 3rd Grade

23 Qs

Trappen van vergelijking Frans Gola

Trappen van vergelijking Frans Gola

KG - Professional Development

24 Qs

CYA ABC

CYA ABC

1st - 3rd Grade

20 Qs

nevenschikking onderschikking

nevenschikking onderschikking

3rd Grade

20 Qs

Duits Quiz

Duits Quiz

1st - 12th Grade

23 Qs

Werkwoord op -er/-re in vier tijden

Werkwoord op -er/-re in vier tijden

3rd Grade

22 Qs

pv ow ww spelling

pv ow ww spelling

KG - 3rd Grade

22 Qs

20 meest gebruikt werkwoorden in het Spaans in zinnen

20 meest gebruikt werkwoorden in het Spaans in zinnen

Assessment

Quiz

World Languages

3rd Grade

Practice Problem

Easy

Created by

Vismar Velarde

Used 2+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

25 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Vertaal het Spaanse werkwoord in de zin naar het Nederlands. Kies het juiste antwoord uit de vier opties.

Yo hablo español.

a) Ik schrijf

b) Ik praat

c) Ik lees

d) Ik werk

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Vertaal het Spaanse werkwoord in de zin naar het Nederlands. Kies het juiste antwoord uit de vier opties.

Ellos comen pizza.

a) Zij slapen

b) Zij eten

c) Zij rennen

d) Zij kijken

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Vertaal het Spaanse werkwoord in de zin naar het Nederlands. Kies het juiste antwoord uit de vier opties.

Nosotros vivimos en España.

a) Wij koken

b) Wij lezen

c) Wij wonen

d) Wij zingen

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Vertaal het Spaanse werkwoord in de zin naar het Nederlands. Kies het juiste antwoord uit de vier opties.

Tú corres todos los días.

a) Jij rent

b) Jij speelt

c) Jij zwemt

d) Jij tekent

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Vertaal het Spaanse werkwoord in de zin naar het Nederlands. Kies het juiste antwoord uit de vier opties.

Él escribe una carta.

a) Hij leest

b) Hij tekent

c) Hij schrijft

d) Hij slaapt

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Vertaal het Spaanse werkwoord in de zin naar het Nederlands. Kies het juiste antwoord uit de vier opties.

Yo trabajo en un restaurante.

a) Ik eet

b) Ik werk

c) Ik studeer

d) Ik reis

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

30 sec • 1 pt

Vertaal het Spaanse werkwoord in de zin naar het Nederlands. Kies het juiste antwoord uit de vier opties.

Vosotros leéis un libro.

a) Jullie luisteren

b) Jullie zingen

c) Jullie lezen

d) Jullie dansen

Create a free account and access millions of resources

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?