NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsQuantumtheorie
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Welk van de volgende natuurkundige grootheden is niet gequantiseerd
a)
lading
b)
massa
c)
lengte
d)
energie
2.
De constante van Planck heeft de letter h als symbool en een numerieke waarde van :
a)
6,6*10-34
b)
9,1*10-31
c)
1,7*10-27
d)
1,6*10-19
3.
Stel de kern van een waterstofatoom is zo groot als een ping-pong(tafeltennis)-bal en ligt in het midden van dit lokaal .
Het elektron bevindt zich dan ...
Het elektron bevindt zich dan ...
a)
bij de muren van dit lokaal.
b)
ergens bij het gymnasium.
c)
ergens in de Maten.
d)
ergens in Twello.
4.
Het dubbelspleetexperiment toont aan dat
a)
licht uit fotonen bestaat.
b)
materie golfgedrag vertoont.
c)
elektronen een massa hebben.
d)
neutronen ongeladen deeltjes zijn.
5.
De impuls p is een maat voor de hoeveelheid beweging en wordt berekend met
a)
p=mv
b)
p=0,5mv
c)
p=0,5mv2
d)
p=m/v
6.
Een materiegolf die bij een deeltje hoort geeft aan
a)
hoe snel een deeltje trilt als gevolg van de temperatuur.
b)
waar een deeltje zich bevindt.
c)
een maat voor de energie van het deeltje.
d)
een maat voor de kans om een deeltje ergens aan te treffen.
7.
De lenzen van een elektronenmicroscoop
a)
maken gebruik van elektrische en magnetische velden.
b)
maken gebruik van alleen elektrische velden.
c)
maken gebruik van alleen magnetische velden.
d)
zijn gemaakt van glas.
8.
De debroglie-golflengte van een materiedeeltje hangt af van..
a)
alleen de massa van het deeltje.
b)
alleen de snelheid van het deeltje.
c)
alleen de impuls van het deeltje.
d)
alleen de energie van het deeltje.
9.
Een elektron heeft een energie van 20 eV.
De bijbehorende debogliegolflengte is ..
De bijbehorende debogliegolflengte is ..
a)
6,2*10-2 m.
b)
2,7*10-10 m.
c)
1,6*10-19 m.
d)
6,6*10-34 m.
10.
Het experiment van de Delftse onderzoekers Hansen en Hensen toont aan dat:
a)
God wel dobbelt.
b)
de quantumtheorie niet klopt.
c)
quantumdeeltjes over grote afstand verstrengeld blijven.
d)
informatie over aan afstand van 1,3 km sneller dan het licht overgedragen kan worden.
11.
De bohrstraal heeft een waarde van 5,3*10-11 m.
De bohrstraal geeft aan:
De bohrstraal geeft aan:
a)
de straal van een elektron.
b)
de halve diameter van een proton.
c)
de doorsnede van een waterstofatoom.
d)
de gemiddelde afstand van een elektron tot de kern van een waterstoftoom.
Reset
