WorksheetsAbsolutisme en Gouden Eeuw
Total questions: 25
Worksheet time: 21mins
Name
Class
Date
1.
Op welke leeftijd werd Lodewijk XIV koning?
a)
5
b)
10
c)
15
d)
20
2.
Waarvoor staan de cijfers XIV
a)
12
b)
13
c)
14
d)
15
3.
Waarom waren de koningen voor Lodewijk niet machtig?
a)
De koning moest rekening houden met het volk
b)
De koning was bang voor de edelen
c)
Het volk besloot, niet de koning
d)
De edelen waren rijker en sterker dan de koning
4.
Waardoor kreeg Lodewijk alle macht in Frankrijk
a)
Hij werd baas van het leger
b)
Hij was vrienden met de edelen
c)
Iedereen wilde naar hem luisteren
d)
Hij bracht orde en rust
5.
Hoe heet het paleis van Lodewijk?
a)
Paleis het Loo
b)
Paleis van Versailles
c)
Paleis van Parijs
d)
Paleis au de Louise
6.
Wat is een nadeel van een absoluut vorst?
a)
Beslissingen worden snel genomen
b)
Alle regels gelden voor het hele land
c)
Niet iedereen is het er mee eens
d)
Er is orde en rust
7.
Wat is een absoluut vorst?
a)
Een vorst uit Rusland
b)
Een vorst die zijn macht deelt
c)
Een vorst die van Absolute Wodka houdt
d)
Een vorst die alle macht heeft
8.
Wat is een republiek?
a)
Een land zonder regering
b)
Een land zonder koning
c)
Een democratie
d)
Een land met koning en democratie
9.
Waarom ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden?
a)
Omdat ze geen koning hadden
b)
Omdat ze
oorlog met de Spaanse koning hadden
oorlog met de Spaanse koning hadden
c)
Omdat het ging samen werken tegen Frankrijk
d)
Omdat de stadhouder dat wilde
10.
Welke mensen bestuurden de steden?
a)
De stadhouder
b)
De regenten
c)
Willem van Oranje
d)
Het volk
11.
Waar kwamen de regenten van alle gewesten bij elkaar?
a)
Staten-Generaal
b)
Staten-Vergadering
c)
Adel
d)
Paleis he Loo
12.
Waar worden de beslissingen over alle gewesten genomen?
a)
Den Bosch
b)
Den Haag
c)
Amsterdam
d)
Rotterdam
13.
Wie was de machtigste man van de Republiek?
a)
De Regenten
b)
De adel
c)
De stadhouder
d)
De koning
14.
Waar had de stadhouder de macht over?
a)
Het leger en de vloot
b)
De handelscontacten
c)
De adel
d)
De regenten
15.
Waarom was er na 1651 geen stadhouder meer?
a)
De stadhouder was niet goed
b)
De stadhouder had te veel macht
De
De
c)
Nederland was niet meer in oorlog
d)
De Gouden eeuw was bijna afgelopen
16.
Hoe noemen we de periode dat het op veel vlakken goed ging met Nederland?
a)
Platinum eeuw
b)
Zilvervloot
c)
Gouden Eeuw
d)
Periode dat het goed ging met Nederland
17.
Welk gewest was het rijkst in de Gouden eeuw?
a)
Overijssel
b)
Friesland
c)
Zeeland
d)
Holland
18.
Waar haalde Nederland de meeste goederen vandaan?
a)
Zuid-Oost Azie
b)
Oostzee
c)
Engeland
d)
Frankrijk
19.
Waarom hadden we veel boeren in Nederland met vee?
a)
Andere landen wilden ons vlees hebben
b)
Landbouw leverde minder op door goedkoop graan uit het Noorden
c)
Omdat ze van dieren hielden
d)
Zodat de Beemster niet leeg stond
20.
Wat is handelskapitalisme
a)
Het geld dat je hebt verdiend weer investeren in je bedrijf
b)
Zoveel mogelijk geld verdienen
c)
Bijna failliet gaan
d)
Het geld dat je hebt zoveel mogelijk uitgeven
21.
De Nederlandse stapelmarkt vindt je op de Amsterdamse grachtengordel
a)
Juist
b)
Onjuist
22.
In welk jaar sloot Nederland vrede met Spanje? (de vrede van Munster)
a)
1648
b)
1649
c)
1650
d)
1651
23.
Met welk land kreeg Nederland na de Vrede van Munster oorlog?
a)
Spanje
b)
Frankrijk
c)
Duitsland
d)
Engeland
24.
Welk jaar was het rampjaar?
a)
1670
b)
1671
1
1
c)
1682
d)
1673
25.
Wie kreeg de schuld van het Rampjaar?
a)
De stadhouder
b)
De gebroeders de Witt
c)
Willem III
d)
Lodewijk XIV
100 %
