wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands lezen 1.4/2.4/3.4

Total questions: 17

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Welke manier van lezen gebruik je bij het lezen van een leesboek?
a)
verkennend lezen
b)
zoekend lezen
c)
nauwkeurig lezen
d)
studerend lezen
2.
Welke manier van lezen gebruik je bij het voorbereiden op een so van geschiedenis?
a)
verkennend lezen
b)
zoekend lezen
c)
nauwkeurig lezen
d)
studerend lezen
3.
De belangrijkste zin van de alinea heet een kernzin. Waar vind je die meestal?
a)
Dit is vaak de eerste zin.
b)
Dit is vaak de tweede zin.
c)
Dit is vaak de laatste zin.
d)
Dit is vaak de 1e of de laatste zin.
4.
Een tekst kan je verdelen in ... delen.
a)
2
b)
3
c)
4
5.
Niet alle teksten hebben een slot. Welke tekstsoort hebben geen slot?
a)
een brief
b)
een recensie van een film
c)
een krantenbericht
d)
een schoolboektekst
6.
Hij, hem, haar, het, dat, die zijn voorbeelden van ...
a)
verwijswoorden
b)
signaalwoorden
c)
zelfstandig naamwoorden
7.
De inleiding van een tekst is bedoeld om aandacht te trekken. Welke andere functies kan een inleiding nog meer hebben?
a)
onderwerp noemen, mening geven, conclusie geven
b)
onderwerp noemen, mening geven, vraag stellen
c)
samenvatting geven, mening geven, vraag stellen
8.
1. Bepaal het onderwerp van de tekst.
2. Schrijf in 1 zin op wat de schrijver over het onderwerp zegt. 
Zo vind je de ...
a)
inleiding
b)
samenvatting
c)
hoofdgedachte
9.
De mensen voor wie een tekst is geschreven, noem je ....
a)
het publiek
b)
de mensen
c)
de schrijver
d)
de lezer
10.
Informeren, overtuigen, activeren en amuseren zijn voorbeelden van ...
a)
tekstdoelen
b)
tekstsoorten
11.
Een krantenbericht over een aardbeving is een voorbeeld van een ...
a)
informatieve tekst
b)
tekst met een mening
c)
activerende tekst
d)
amuserende tekst
12.
Een ingezonden brief in de krant over illegaal downloaden is een voorbeeld van een ...
a)
informatieve tekst
b)
tekst met een mening
c)
activerende tekst
d)
amuserende tekst
13.
De moppenpaginga in de Donald Duck is een voorbeeld van een ...
a)
informatieve tekst
b)
tekst met een mening
c)
activerende tekst
d)
amuserende tekst
14.
Een reclamefolder van de Aldi is een voorbeeld van een ...
a)
informatieve tekst
b)
tekst met een mening
c)
activerende tekst
d)
amuserende tekst
15.
Signaalwoorden geven het verband tussen woorden, zinnen of alinea's aan.
a)
Dit is juist.
b)
Dit is onjuist.
16.
Signaalwoorden kunnen een opsomming laten zien.
a)
Dit is juist.
b)
Dit is onjuist.
17.
Signaalwoorden geven nooit een voorbeeld aan.
a)
Dit is juist.
b)
Dit is onjuist.