NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsEvolutie
Total questions: 22
Worksheet time: 26mins
Name
Class
Date
1.
Hoe heet dit fossiel?
a)
Optie 1 Trilobiet
b)
Optie 2 Ammoniet
c)
Optie 3 Pierewiet
d)
Optie 4 Mastodont
2.
Wie is de grondlegger van de evolutietheorie?
a)
Optie 1Churchill
b)
Optie 2 Watson
c)
Optie 3 Crick
d)
Optie 4 Darwin
3.
Twee leerlingen praten over het fenotype en het genotype.
Marcel zegt: 'Het fenotype is de informatie voor de erfelijke eigenschappen van een organisme.'
Lucas zegt: 'Bij de bevruchting komt het genotype van een organisme tot stand.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
Marcel zegt: 'Het fenotype is de informatie voor de erfelijke eigenschappen van een organisme.'
Lucas zegt: 'Bij de bevruchting komt het genotype van een organisme tot stand.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
a)
alleen Marcel
b)
alleen Lucas
c)
Marcel en Lucas
d)
geen van beiden
4.
Een jongen gaat vaak naar de sportschool. Hierdoor krijgt hij gespierde armen en benen.
Wat verandert hierdoor: zijn genotype of zijn fenotype?
Wat verandert hierdoor: zijn genotype of zijn fenotype?
a)
Alleen zijn genotype
b)
Alleen zijn fenotype
c)
Zowel het genotype als het fenotype
d)
Geen van beide
5.
Michel en Nicky praten over genen.
Michel zegt: 'Een gen bevat de informatie voor één erfelijke eigenschap.'
Nicky zegt: 'Een gen bevat de informatie voor meerdere erfelijke eigenschappen.'
Wie heeft er gelijk?
Michel zegt: 'Een gen bevat de informatie voor één erfelijke eigenschap.'
Nicky zegt: 'Een gen bevat de informatie voor meerdere erfelijke eigenschappen.'
Wie heeft er gelijk?
a)
Michel
b)
Nicky
6.
Een docent doet de volgende beweringen:
1. In geslachtscellen komen genen in paren voor.
2. Een chromosoom bevat maar enkele genen.
Welke bewering is waar of welke beweringen zijn waar?
1. In geslachtscellen komen genen in paren voor.
2. Een chromosoom bevat maar enkele genen.
Welke bewering is waar of welke beweringen zijn waar?
a)
alleen bewering 1
b)
alleen bewering 2
c)
bewering 1 en bewering 2
d)
geen van beide beweringen
7.
In de afbeelding zie je een krantenartikel over de ziekte SMA.
Een kind heeft SMA. Van wie heeft het kind een gen voor de ziekte SMA gekregen?
Een kind heeft SMA. Van wie heeft het kind een gen voor de ziekte SMA gekregen?
a)
alleen van de vader
b)
alleen van de moeder
c)
van de vader en de moeder
8.
Waarvan gaat de evolutietheorie uit?
a)
alleen van veranderingen in genotypen
b)
alleen van natuurlijke selectie
c)
alleen van het ontstaan van nieuwe soorten
d)
van veranderingen in genotypen, natuurlijke selectie en het ontstaan van nieuwe soorten
9.
Hoe noemen we het verschijnsel dat individuen met een betere aanpassing aan het milieu een grotere overlevingskans hebben?
a)
evolutie
b)
natuurlijke selectie
10.
Twee voorbeelden van ontwikkeling zijn:
1. de ontwikkeling van reptielen tot vogels;
2. de ontwikkeling van lam tot schaap.
Welke van deze ontwikkelingen is of zijn een voorbeeld van evolutie?
1. de ontwikkeling van reptielen tot vogels;
2. de ontwikkeling van lam tot schaap.
Welke van deze ontwikkelingen is of zijn een voorbeeld van evolutie?
a)
alleen ontwikkeling 1
b)
alleen ontwikkeling 2
c)
de ontwikkelingen 1 en 2
11.
Sylvia zegt: 'Fossielen van eenvoudig gebouwde organismen komen alleen voor in zeer oude gesteentelagen.'
Angelique zegt: 'Fossielen van ingewikkeld gebouwde organismen komen alleen voor in jonge gesteentelagen.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
Angelique zegt: 'Fossielen van ingewikkeld gebouwde organismen komen alleen voor in jonge gesteentelagen.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
a)
alleen Sylvia
b)
alleen Angelique
c)
Sylvia en Angelique
d)
geen van beiden
12.
Nikhil, Richard en Danielle praten over fossielen.
Nikhil zegt: 'Fossielen ontstaan als resten van dode organismen worden afgesloten van de lucht door een laag zand of klei.'
Richard zegt: 'Uit gevonden fossielen blijkt dat in de loop van de evolutie alle soorten hetzelfde zijn gebleven.'
Danielle zegt: 'Van naaktslakken worden minder fossielen gevonden dan van huisjesslakken.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
Nikhil zegt: 'Fossielen ontstaan als resten van dode organismen worden afgesloten van de lucht door een laag zand of klei.'
Richard zegt: 'Uit gevonden fossielen blijkt dat in de loop van de evolutie alle soorten hetzelfde zijn gebleven.'
Danielle zegt: 'Van naaktslakken worden minder fossielen gevonden dan van huisjesslakken.'
Wie heeft of hebben er gelijk?
a)
alleen Nikhil
b)
alleen Richard
c)
Nikhil en Richard
d)
Nikhil en Danielle
13.
Kijk naar de afbeelding. In de tabel staat van een aantal soorten het aantal chromosomen per lichaamscel.
Welke van deze diersoorten heeft evenveel chromosomen in een lichaamscel als de mens?
Welke van deze diersoorten heeft evenveel chromosomen in een lichaamscel als de mens?
a)
aardappel
b)
huisvlieg
c)
veldmuis
14.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een foto van een skelet van een zee-egel en een foto van een versteende afdruk van een zee-egel.
Welke van de twee foto's toont een fossiel?
Welke van de twee foto's toont een fossiel?
a)
linker afbeelding
b)
rechter afbeelding
15.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een geologische tijdschaal, 'mjg' betekent 'miljoen jaar geleden'.
Wat is de oudste periode van het Mesozoïcum?
Wat is de oudste periode van het Mesozoïcum?
a)
Krijt
b)
Trias
c)
Jura
16.
In welke periode verschenen de amfibieën op aarde? En in welke periode ontstonden de eerste zoogdieren?
a)
Perm, Jura
b)
Carboon, Tertiair
c)
Devoon, Jura
d)
Carboon, Jura
17.
Iemand vindt in een gesteentelaag een fossiel van een reptiel. Kan dit een gesteentelaag uit het Devoon zijn?
a)
Ja
b)
Nee
18.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een stamboom van een aantal soorten.
Met welke nummers zijn soorten aangegeven die uit soort 7 zijn ontstaan?
Met welke nummers zijn soorten aangegeven die uit soort 7 zijn ontstaan?
a)
5,4
b)
5, 4, 2
c)
5,4,3
d)
5,4
19.
Met welke soort zal soort 4 de meeste verwantschap vertonen?
a)
3
b)
5
20.
Enkele organen zijn:
1. de borstvinnen van een dolfijn;
2. de blindedarm bij de mens;
3. de voorpoten van de mol.
Welke van deze organen zijn rudimentair?
1. de borstvinnen van een dolfijn;
2. de blindedarm bij de mens;
3. de voorpoten van de mol.
Welke van deze organen zijn rudimentair?
a)
alleen 1
b)
alleen 2
c)
alleen 3
d)
alleen 1 en 2
21.
Kijk naar de afbeelding. Je ziet een poot van een konijn, een poot van een sprinkhaan en een poot van een kikker.
Welke van deze poten vertonen een homologe bouw?
Welke van deze poten vertonen een homologe bouw?
a)
konijn en sprinkhaan
b)
kikker en konijn
c)
kikker en sprinkhaan
22.
Stel je wil een merel uit Nederland laten paren met een merel uit Afrika. Wanneer spreek je van 2 verschillende soorten?
1 Als ze geen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
2 Als ze niet tot paren komen doordat ze elkaars paringsgedrag niet herkennen
3. Als ze er wat snavel betreft anders uit zien
1 Als ze geen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
2 Als ze niet tot paren komen doordat ze elkaars paringsgedrag niet herkennen
3. Als ze er wat snavel betreft anders uit zien
a)
alleen 1 is waar
b)
alleen 2 is waar
c)
alleen 1 en 2 zijn waar
d)
alle antwoorden zijn waar
Reset
