wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VHS aardrijkskunde hfdst 2

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
aantrekkingsgebied
a)
gebied waar je prettig woont en werkt
b)
gebied waar je niet prettig woont en werkt
c)
gebied waar je graag heen gaat op vakantie
d)
gebied waar je nooit heen gaat op vakantie
2.
allochtoon
a)
iemand die in een land geboren en getogen is en zijn ouders ook
b)
iemand die in een land geboren is en gestorven
c)
iemand die in een ander land geboren en getogen is. Ook de kinderen daarvan
d)
iemand die niet geboren is
3.
bevolkingsspreiding
a)
verdeling van de rijken over een gebied
b)
verdeling van de armen over een gebied
c)
verdeling van de bevolking over een gebied
d)
verdeling van de bevolking over een wijk
4.
dichtbevolkt
a)
een gebied waar weinig mensen wonen
b)
een gebied waar geen mensen wonen
c)
een gebied waar veel mensen wonen
d)
geen idee
5.
emigreren
a)
verhuizen naar een ander land
b)
in een land komen om daar te wonen
c)
verhuizen
d)
terugkomen naar je eigen land
6.
kastenstelsel
a)
de onderverdeling van mensen in groepen in de middeleeuwen
b)
de onderverdeling van rijke mensen in groepen in India
c)
de onderverdeling van mensen in groepen in India
d)
de onderverdeling van mensen in groepen in Nederland
7.
bevolkingsdichtheid
a)
gemiddelde aantal mensen per m2
b)
gemiddelde aantal mensen per mm2
c)
gemiddelde aantal mensen per dm2
d)
gemiddelde aantal mensen per km2
8.

vertrekgebied

a)

een gebied met veel minpunten

b)

een gebied met veel pluspunten

c)

een gebied met plus- en minpunten

d)

een gebied met weinig minpunten

9.
cultuur
a)
heeft te maken met de manier waarop je werkt
b)
heeft te maken met de manier waarop je denkt
c)
heeft te maken met de manier waarop je leeft
d)
heeft te maken met de manier waarop je zingt
10.
migratie
a)
verhuizen van de ene wijk naar de andere wijk
b)
verhuizen van de ene woonplaats naar de andere
c)
verhuizen van de ene kamer naar de andere kamer
d)
verhuizen van het ene gebouw naar het andere
11.
pullfactoren
a)
pluspunten van een gebied
b)
minpunten van een gebied
c)
waardepunten
d)
geen idee
12.
pushfactoren van een gebied
a)
duwfactoren
b)
trekfactoren
c)
pluspunten
d)
minpunten
13.
remigratie
a)
terugkeren naar het land van herkomst
b)
terugkeren naar het dorp van herkomst
c)
terugkeren naar de stad van herkomst
d)
terugkeer naar het vakantieland
14.
sterfteoverschot
a)
het aantal geboorten is hoger dan het aantal sterfgevallen
b)
het aantal geboorten is even groot als het aantal sterfgevallen
c)
het aantal sterfgevallen is even groot als het aantal geboorten
d)
het aantal sterfgevallen is hoger dan het aantal geboorten
15.
Vooroordeel
a)
iets wat je zegt zonder de feiten te kennen
b)
iets wat je denkt zonder de feiten te kennen
c)
iets wat je graag wilt vertellen
d)
iets wat je niet graag wilt vertellen
16.
segregatie
a)
een bevolkingsgroep wordt niet opgenomen in de samenleving
b)
een bevolkingsgroep wordt opgenomen in de samenleving
c)
een bevolkingsgroep die remigreert
d)
een bevolkingsgroep die emigreert
17.
integratie
a)
afstoten van culturele minderheden in de samenleving
b)
opnemen van culturele meerderheden in de samenleving
c)
opnemen van culturele minderheden in de samenleving
d)
ik heb geen idee