NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoordenschat H1 (mavo 4)
Total questions: 13
Worksheet time: 2mins
Name
Class
Date
1.
Iets op je duimpje kennen
a)
Iets uit je hoofd weten
b)
Iets steeds vergeten
c)
Last van je vinger hebben
2.
Een appeltje voor de dorst hebben
a)
Iets extra's hebben voor tijden van nood
b)
iets te eten bij je hebben
c)
je best doen
3.
Je ogen goed de kost geven
a)
goed om je heen kijken
b)
Je hebt veel honger (kost)
c)
Er zit een korst op je ogen
4.
Je tanden in iets zetten
a)
Je vastbijten in een probleem
b)
Een probleem oplossen
c)
Je zit vast aan de beugel van een ander
5.
Op je teentjes getrapt zijn.
a)
beledigd zijn
b)
vrolijk zijn
c)
Iemand staat op je voeten
6.
Niet op je achterhoofd gevallen zijn
a)
Een goed verstand hebben
b)
Pijn aan je voorhoofd
c)
Dom zijn
7.
Het achter je ellebogen hebben
a)
stiekem zijn
b)
eerlijk zijn
c)
Er staat iemand achter je
8.
Je beste beentje voorzetten
a)
Je best doen
b)
Niet je best doen
c)
Je bent rechtsbenig en niet links
9.
Iets het hoofd bieden
a)
Niet bang zijn
b)
Angstig zijn
c)
Je hoofd verkopen in plaats voor veel geld
10.
Je mond voorbij praten
a)
Een geheim verklappen
b)
Iets goed voor je kunnen houden
c)
De volgende is aan de beurt
11.
In de inleiding van een tekst wordt bijna altijd het onderwerp genoemd. Daarnaast wordt bijvoorbeeld:
a)
De aanleiding genoemd, een voorbeeld gegeven, een anekdote verteld
b)
De hoofdgedachte genoemd, een advies genoemd of een conclusie getrokken.
12.
Wat is een synoniem?
a)
Ander woord met dezelfde betekenis
b)
Ander woord met een andere betekenis
c)
tegenovergestelde
13.
bijvoorbeeld, zoals, neem nou en denk aan.....zijn.......
a)
signaalwoorden
b)
bijwoorden
c)
kernzinnen
Reset
