wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

reading comprehension

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
It was Saturday night around 11 pm.......
a)
Het was zaterdagmorgen om 11 uur
b)
Het was zaterdagavond stipt om 11 uur
c)
het was zaterdagavond ongeveer om 11 uur
2.
Unfortunately it was cloudy and foggy so I could not take any good pictures
a)
Zoals voorspeld was het bewolkt en mistig...
b)
Jammer genoeg was het regenachtig en mistig, dus kon ik geen mooie foto's maken
c)
Helaas was het bewolkt en mistig, dus kon ik helmaal geen mooie foto's maken
3.
My mind was too occupied to pay much attention to the beautiful surroundings
a)
Ik was zo in gedachten dat ik veel aandacht schonk aan de mooie omgeving
b)
Ik was te veel in gedachten om aandacht te schenken aan de omgeving
c)
Ik was zo aan het denken dat ik de mooie omgeving om mij heen zag
d)
Mijn gedachten waren te veel afgeleid en ik heb daarom niet veel aandacht geschonken aan de mooie omgeving
4.
I don't know which one to choose:
I can either pick Spanish, biology, art or extra math classes
a)
Ik weet niet welke te kiezen:Spaans, biologie,kunst, of extra wiskunde lessen.
b)
Ik hoef niet te kiezen, ik kan en Spaans, en Biologie, en kunst en extra wiskunde nemen.
5.
When I moved to a small Midlands town, I assumed all pubs were the same and took a job at the first one hiring. The managers knew it was my first time ever behind a bar, but on my second shift they left me to run the place on my own and I ended up contending with an aggressive, exceedingly drunk man four times my size. It was a frightening experience and I almost gave up on the idea of pub work until I came across a quiet, traditional pub called the Spittal Brook.
a)
Mijn eerste ervaring als bartender was erg positief 
b)
Vanaf de eerste dag mocht ik alleen achter de bar staan
c)
Ik stond mijn mannetje op de tweede avond en ging de strijd aan met een grote kerel.
d)
Op de tweede avond stond ik alleen achter de bar en moest ik me redden met een grote dronkenlap
6.
Although he knew that he needed help he didn’t ask for it.
a)
Hij wilde geen hulp en vroeg ook niet.
b)
Hij wist dat hij hulp nodig had, maar vroeg er niet om.
c)
1.Hij vraagt nooit om hulp.
7.
Neither Pat nor Jack could solve
  the problem.
a)
Pat heeft Jack geholpen bij de
  oplossing van het probleem.
b)
Pat en Jack wisten niet hoe ze een oplossing
  konden vinden.
c)
Pat kon Jack niet helpen bij de oplossing van
  het
probleem.
8.
Whenever Jane had time she
 
tried to visit her friend David. 
a)
Jane heeft bijna nooit tijd voor haar vriend.
b)
Jane wil haar vriend niet zo vaak zien.
c)
Als Jane tijd heeft bezoekt ze haar vriend.
9.
Don’t get discouraged if you can’t
  manage the first time. 
a)
discouraged = ontmoedigd
b)
discouraged =  boos
c)
discouraged = gefrustreerd
10.
In spite of all his work the car still
  had
problems. 
a)
De auto had problemen omdat hij er niets aan
  had gedaan. 
b)
Hij had veel gedaan, maar de auto had nog steeds
  problemen.
c)
De auto had de hele tijd al veel problemen
11.
Maintenance should be done
 
occasionally. 
a)
Onderhoud moet regelmatig gedaan worden. 
b)
Onderhoud moet soms gedaan worden.
c)
Onderhoud moet op vaste tijden gedaan worden. 
12.
Sometimes an engine of a tractor is beyond
  help. 
a)
Soms is het erg moeilijk om de motor van een tractor te repareren.
b)
Soms moet je extra hulp vragen bij een garage.
c)
Soms kun je een motorv van een tractor helemaal niet meer
  repareren. 
13.
Prior to the repair he drank a
  cup of coffee. 
a)
Hij dronk koffie voor de reparatie. 
b)
Hij dronk koffie tijdens de reparatie.
c)
Hij dronk koffie na de reparatie. 
14.
There are garages that prefer
 
younger employees. 
a)
prefer = weigeren
b)
prefer = een baan geven
c)
prefer = liever hebben
15.
Sometimes your employer may
 
ask you to do additional duties
a)
Je werkgever vraagt je soms om langer te blijven
b)
Soms moet je van je werkgever ook schoonmaken
c)
Het kan zijn dat je werkgever je
  vraagt om nog
  andere dingen te doen. 
16.
For this work you need a lot of    different skills. 
a)
skill = werkervaring
b)
skill = vaardigheid
c)
skill = vakkennis