NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
melden
De leerling ............ zich gisteren bij de receptie.
De leerling ............ zich gisteren bij de receptie.
a)
melden
b)
melde
c)
meldde
d)
.meldt
2.
maken
Alan en Fay hebben al hun huiswerk..........
Alan en Fay hebben al hun huiswerk..........
a)
gemaaktt
b)
gemaakd
c)
maakte
d)
gemaakt
3.
kopen
Lisa heeft nieuwe schoenen ........
Lisa heeft nieuwe schoenen ........
a)
gekopen
b)
kocht
c)
gekocht
d)
kochdt
4.
werken
Yara ........ graag alleen.
Yara ........ graag alleen.
a)
werkdde
b)
werkd
c)
werkt
d)
work
5.
bakken
De ............... frietjes smaakten goed.
De ............... frietjes smaakten goed.
a)
gebakke
b)
gebakte
c)
gebakken
d)
gebakten
6.
sturen
Ik heb een mailtje ............... naar de Bossche Vakschool.
Ik heb een mailtje ............... naar de Bossche Vakschool.
a)
gestuurt
b)
gestuurd
c)
stuurde
d)
sturend
7.
aandurven
De docent heeft het niet meer ...........om er iets te zeggen.
De docent heeft het niet meer ...........om er iets te zeggen.
a)
aangedurfd
b)
aangedurft
c)
durfde aan
d)
gedurfd
8.
zoeken
De ............ crimineel werd gearresteerd door de politie.
De ............ crimineel werd gearresteerd door de politie.
a)
gezoekte
b)
gezocht
c)
gezochten
d)
gezochte
9.
afsnijden
Hans ............ elke dag een stukje worst .....
Hans ............ elke dag een stukje worst .....
a)
snijdt af
b)
sneed af
c)
snijd af
d)
snijdde
10.
knoeien
Het broertje van Chadi heeft op de tafel.............
Het broertje van Chadi heeft op de tafel.............
a)
geknoeid
b)
geknoeidde
c)
knoeide
d)
knoeien
11.
struikelen
Hans Koevoet ...........over de boeken en valt hard op de bank op zijn stuitje.
Hans Koevoet ...........over de boeken en valt hard op de bank op zijn stuitje.
a)
struikelt
b)
struikeld
c)
struikelden
d)
gestruikeld
12.
tekenen
Marieke ........ vorige week een prachtige Pokemon.
Marieke ........ vorige week een prachtige Pokemon.
a)
tekent
b)
tekenend
c)
tekentte
d)
tekende
13.
breken
Vorig jaar en dit jaar ........ Bryan zijn arm.
Vorig jaar en dit jaar ........ Bryan zijn arm.
a)
breekt
b)
brak
c)
breekd
d)
brakden
14.
vallen
Andy ..........soms van zijn fiets.
Andy ..........soms van zijn fiets.
a)
valde
b)
valt
c)
viel
d)
vallen
15.
vergeten
Sjonnie Strooizout .................... ineens zijn mop.
a)
vergeet
b)
vergat
c)
vergeette
d)
vergatt
Reset
