wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spoel en condensator

Total questions: 18

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.
Met welke letter geven we de coëfficiënt van zelfinductie aan?
a)
XL
b)
XC
c)
Z
d)
L
2.
Wat betekent inductieve weerstand?
a)
De wisselstroomweerstand van een condensator
b)
De wisselstroomweerstand van een spoel
c)
De gelijkstroomweerstand van een spoel
d)
De ohmse weerstand van een spoel
3.
Wat verstaan we onder een ideale spoel?
a)
Een spoel gewikkeld van koperdraad
b)
Een spoel met kern
c)
Een spoel zonder ohmse weerstand
d)
Praktisch elke spoel
4.
De inductieve weerstand geven we aan met :
a)
L
b)
RL
c)
XL
d)
XS
5.
Wat betekent faseverschil ?
a)
Dat de spanning en de stroom in fase zijn
b)
Dat de stroom voor-ijlt op de spanning
c)
Dat er een potentiaalverschil zit tussen 2 fasen
d)
Een driefasenet
6.
Wat verstaan we onder impedantie?
a)
gelijkstroomweerstand
b)
wisselstroomweerstand
c)
inductieve weerstand
d)
capacitieve weerstand
7.
De impedantie van een spoel bestaat uit:
a)
R en XL
b)
XL
c)
R
d)
Z
8.
De inductieve weerstand is afhankelijk van 2 factoren.
Welke?
a)
Frequentie en capacitieit
b)
Frequentie en coëfficiënt van zelfinductie
c)
De grootte van de stroom en het aantal windingen
d)
Plaatoppervlak
9.
We kennen de formule XL = ω ⋅ L 
ω staat voor:
a)
cirkelfrequentie
b)
radialen
c)
watt
d)
frequentie
10.
Bij een ideale spoel ijlt de stroom 90° voor op de spanning. 
a)
Waar
b)
Niet waar
11.
Een ideale spoel heeft een inductieve weerstand van 400Ω . 
De spoel is aangesloten op een spanning van 120V – 50 Hz.
Bereken de stroom door de spoel.
a)
0,5 A
b)
0,2 A
c)
0,6 A
d)
0,3 A
12.
De inductieve weerstand van een spoel wordt bepaald bij 50 Hz. Deze blijkt dan
377 Ω te zijn. 
Bereken de coëfficiënt van zelfinductie van de spoel.
a)
1,2 H
b)
2 H
c)
2,1 H
d)
0,83 H
13.
De éénheid van capaciteit geven we aan met de letter:
a)
C
b)
F
c)
Q
d)
U
14.
1 μF staat gelijk aan hoeveel pF ?
a)
1000
b)
10000
c)
100000
d)
1000000
15.
De capaciteit van een condensator hangt af van 3 grootheden.
Welke?
a)
Plaatoppervlak (A), plaatafstand (d) en diëlektricum
b)
Plaatdikte, hoeveelheid elektrolyt en aantal windingen
c)
Diëlektricum, plaatoppervlak (A) en soort plaat
d)
Plaatoppervlak (A), plaatdikte en elektrocutie
16.
De totale capaciteit is in deze schakeling is:
a)
100 μF
b)
500 μF
c)
1100 μF
d)
1100 F
17.
We hebben een condensator
van 1 μF. De condensator is aangesloten op
een spanning van 63 V. 
Bereken de lading op de platen van de condensator.
a)
0,63 μC
b)
6,3 μC
c)
63 μC
d)
63 mC
18.
De totale capaciteit in deze schakeling is:
a)
2,21 μF
b)
2,21 mF
c)
2,21 nF
d)
2,21 pF