wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Groep 7 persoonsvormen TT & VT

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Het is lekker warm. De haard (branden). (T.T.)
a)
brant
b)
brand
c)
brandt
d)
branden
2.
De jongen (vinden) het koud buiten. (T.T.)
a)
vind
b)
vond
c)
vindt
d)
vint
3.
Hij (rollen) een stuk hout naar de open haard. (T.T.)
a)
rold
b)
rolt
c)
roldt
d)
rolde
4.
De telefoon (laden) gisteren snel op. (V.T.)
a)
laadt
b)
ladde
c)
laadde
d)
lade
5.
Een dikke jas helpt wanneer je het buiten te koud (vinden). (T.T.)
a)
vind
b)
vindt
c)
vint
d)
vond
6.
(vinden) je het fijn om voor een haardvuur te zitten? (T.T.)
a)
Vind
b)
Vindt
c)
Vinden
d)
Vond
7.
De directeur (bellen) op om te vragen of de verwarming het deed. (V.T.)
a)
belt
b)
belde
c)
beldde
d)
beldt
8.
Kijk uit dat de kachel niet te warm (worden) (T.T.)
a)
word
b)
wordt
c)
werd
d)
worden
9.
Met zoveel hout erop (worden) de haard veel te warm! (T.T.)
a)
word
b)
werd
c)
wordt
d)
wort
10.
Met een mooie boog (landen) het blok hout bovenop de brandende stapel. (V.T.)
a)
lande
b)
land
c)
landt
d)
landde