NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsZelfst. + bijv. naamwoord + lidwoord + werkwoord (groep 4)
Total questions: 13
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
een platte schoen.
een platte schoen.
a)
een
b)
platte
c)
schoen
2.
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
de dikke dame.
de dikke dame.
a)
dikke
b)
dame
c)
de
3.
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
de blauwe ballon
de blauwe ballon
a)
ballon
b)
de
c)
blauwe
4.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
de geleerde man.
de geleerde man.
a)
de
b)
man
c)
geleerde
5.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
een warme sjaal.
een warme sjaal.
a)
sjaal
b)
warme
c)
een
6.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
een hoge flat.
een hoge flat.
a)
een
b)
hoge
c)
flat
7.
Wat is een lidwoord?
a)
de
b)
blauwe
c)
stoel
8.
Wat is een lidwoord?
a)
een
b)
mooie
c)
prinses
9.
Wat is een lidwoord?
a)
groen
b)
het
c)
kast
10.
Wat is een werkwoord?
a)
feestmuts
b)
man
c)
de
d)
loopt
11.
Wat is een werkwoord?
a)
kijkt
b)
grijs
c)
mooi
d)
vier
12.
Wat is het werkwoord in de zin:
de kinderen luisteren goed.
de kinderen luisteren goed.
a)
De
b)
kinderen
c)
luisteren
d)
goed
13.
Wat is het werkwoord in de zin:
jullie werken heel hard!
jullie werken heel hard!
a)
Jullie
b)
werken
c)
heel
d)
hard
Reset
