WorksheetsD-Toets par 5 "Vorsten in Europa"
Total questions: 8
Worksheet time: 4mins
Name
Class
Date
1.
Juist of onjuist:
"Alleen de Republiek was in de zestiende en zeventiende eeuw geen monarchie"
"Alleen de Republiek was in de zestiende en zeventiende eeuw geen monarchie"
a)
Juist
b)
Onjuist
2.
Wat was het grote probleem dat vorsten in Europa in de zeventiende eeuw hadden?
a)
De adel aasde telkens op de troon en vocht verschillende oorlogen om die macht te krijgen
b)
De soldaten luisterden alleen naar de adellijke mensen en niet naar de vorst
c)
De adel was in dienst van andere vorsten en hielp haar eigen vorst niet meer
d)
Vorsten waren afhankelijk van de adel wat betreft hun leger. Werkten zij niet mee, dan had de vorst een probleem.
3.
Juist of onjuist:
"Om het probleem van de adel tegen te gaan, besloot koning Lodewijk XIV een centraal bestuur op te zetten en ervoor te zorgen dat iedereen naar hem moest luisteren."
"Om het probleem van de adel tegen te gaan, besloot koning Lodewijk XIV een centraal bestuur op te zetten en ervoor te zorgen dat iedereen naar hem moest luisteren."
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Juist of onjuist:
"De adel en geestelijkheid mochten slechts advies geven aan de koning. Hij hoefde hun toestemming niet meer te hebben om te kunnen besturen."
"De adel en geestelijkheid mochten slechts advies geven aan de koning. Hij hoefde hun toestemming niet meer te hebben om te kunnen besturen."
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
Waarom werd Lodewijk XIV de 'Zonnekoning' genoemd?
a)
Omdat hij vond dat hij een zonnetje in huis was
b)
Omdat hij vond dat hij het middelpunt van alles was
c)
Omdat hij een absolute koning was die alle macht had & hij was dus machtig als de zon
d)
God had hem uitgekozen als koning
6.
Waarom maakt het goddelijke recht een koning onaantastbaar?
a)
Omdat God wil dat hij regeert en aan God twijfel je niet
b)
Omdat de mensen geloofden dat hij God op aarde was. Hij was God in persoon
c)
Het goddelijk recht gaf de koning de macht om alles te kunnen doen wat hij maar wilde. Dus hij kon je leven bepalen.
d)
Omdat het hem de macht over de kerk gaf en dat was nog steeds heel belangrijk in het leven van mensen
7.
Waarom is het belangrijk dat een absoluut vorst welvaart creëert in zijn land?
a)
Omdat met welvaart de mensen gelukkiger en minder lastig zijn
b)
Omdat welvaart ervoor zorgt dat er geen opstanden komen
c)
Omdat welvaart ervoor zorgt dat een koning meer belasting kan heffen en nog meer zijn eigen wil kan opdringen
d)
Omdat welvaart meer geld voor de koning betekent
8.
Wie wordt hieronder beschreven?
Hij was de koning van Pruisen. Hij stond vooral bekend om wat hij met zijn leger deed: hij maakte het tot een goede en succesvolle oorlogsmachine. Hij wordt ook wel de 'Soldatenkoning'
Hij was de koning van Pruisen. Hij stond vooral bekend om wat hij met zijn leger deed: hij maakte het tot een goede en succesvolle oorlogsmachine. Hij wordt ook wel de 'Soldatenkoning'
a)
Juist
b)
Onjuist
100 %
