wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Softbalmasterquiz

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Waar moet je op letten bij goed pitchen?
a)
Dat je bovenhands werpt.
b)
Dat je begint met twee voeten op de plaat en uitstapt met een voet naar voren.
c)
Dat je de bal zo werpt dat de slagpartij gemakkelijk kan slaan.
d)
Dat je de bal zo gooit dat de slagman er niet bij kan.
2.
Wat doet de catcher als de bal goed geslagen is in het verre veld.
a)
Hij gooit zijn masker af en probeert de bal te vangen.
b)
Hij gooit zijn masker af en gaat iets voor de thuisplaat staan richting het derde honk.
c)
Hij gooit zijn masker af en blijft achter de thuisplaat zitten.
d)
Hij houdt zijn masker op en geeft aanwijzingen aan de slagpartij.
3.
In welke situatie spreek je van een gedwongen loop?
a)
Als honk 2 en 3 bezet zijn en de slagman slaat de bal goed
b)
Als honk 1 bezet is en de slagman slaat de bal goed
c)
Als honk 1 bezet is en de werper gooit een vierde wijdbal
d)
Als honk 1 bezet is en de geslagen bal wordt gevangen
4.
Wat is juist?
a)
Bij een vangbal moeten alle honklopers terug naar het honk waar ze stonden en is de slagman uit
b)
Bij een vangbal stopt het spel en is de slagman uit
c)
Bij een vangbal moet iedereen rennen
d)
Bij een vangbal mogen de honklopers proberen een honk op te schuiven en is de slagman uit
5.
De slagpersoon kan ook uitgevangen worden door de catcher
a)
Alleen wanneer de bal voor et thuishonk gevangen wordt in het binnenveld
b)
Op alle plaatsen
c)
Alleen bij de derde slag
d)
Alleen op foutgebied
6.
Je wilt een loper uittikken die naar je honk toe loopt. Wat doe je?
a)
Je gaat in de loopweg staan om te verkopen dat hij er langs kan
b)
Je gaat op je honk staan om de loper uit te tikken als hij eraan komt
c)
Je gaat met een voet op het honk staan om hem uit te tikken en het honk vast te houden
d)
Je gaat naast de loopweg staan, voor je honk in de richting van de loper
7.
De werper werpt de bal naast de thuisplaat. Dit wordt genoemd?
a)
Een goede slag
b)
Een misslag
c)
Een wijdbal
d)
Een foutbal
8.
De scheidsrechter hoeft alleen maar het totaal van wijd- en slagballen te roepen. 
a)
Nee, hij hoeft alleen maar spelen  te roepen
b)
Nee, alleen het aantal uitjes
c)
Ja, dit is juist
d)
Nee, eerst spelen roepen, daarna de aangeworpen bal benoemen en vervolgens het totaal
9.
Stel je voor: je hebt twee slag en twee wijd. Wat doe je?
a)
Je moet op de volgende slagfout gaan lopen
b)
Je moet op de volgende slag lopen als de catcher de bal niet vangt
c)
Je krijgt op de volgende wijd een vrije loop
d)
Je moet op de volgende slag nog een keer slaan
10.
Wat is juist?
1.Bij honklopen mag je iemand inhalen maar je mag niet met twee personen op het staan.
2. Bij het honklopen mag ik niet meer dan een meter uitwijken.
a)
1 en 2 zijn juist
b)
1 is juist en 2 is onjuist
c)
1 is onjuist en twee is juist
d)
1 en 2 zijn onjuist