wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Evolutie

Total questions: 7

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.
Wijsheidstanden, de appendix, het staartbeentje zijn voorbeelden van....
a)
analoge organen
b)
homologe organen
c)
rudimentaire organen
2.
 ..... zijn organen met hetzelfde bouwplan waarvan de oorspronkelijk functie door veranderende omstandigheden in de loop van de evolutie zijn aangepast
a)
analoge organen
b)
homologe organen
c)
rudimentaire organen
3.
Organen met een verschillend bouwplan maar met dezelfde functie noemt men
a)
homologe organen
b)
analoge organen
c)
rudimentaire organen
4.
Welke verklaring geeft het beste het verschil aan tussen de theorie van Lamarck en het begrip natuurlijke selectie dat Darwin gebruikte?
a)
Volgens de theorie van Lamarck wordt evolutie gestuurd, en natuurlijke selectie is ongestuurd.
b)
Lamarck dacht aangeleerde vaardigheden erfelijk waren en natuurlijke selectie gaat ervan uit dat dat onmogelijk is.
c)
Vroeger vond evolutie plaats zoals Lamarck dacht en nu vindt natuurlijke selectie plaats.
d)
Er is geen verschil, Darwin leefde alleen later dan Lamarck
5.
Welke van de volgende ideeën hebben de evolutietheorieën van Darwin als Lamarck gemeenschappelijk?
a)
Adaptatie is het resultaat van interactie tussen een organisme en zijn omgeving.
b)
Adaptatie is het resultaat van het gebruiken of niet gebruiken van een anatomische structuur.
c)
Onderzoek naar fossielen geeft aan dat soorten onveranderlijk zijn.
d)
Evolutie drijft een organisme naar een grotere complexiteit.
6.
Welke van de onderstaande omschrijvingen van een proces geeft of welke geven een juiste omschrijving van (een deel van) het begrip natuurlijke selectie?
1. Een proces dat het verdwijnen van soorten met ongunstige genen bevordert.
2. Een proces waardoor genfrequenties veranderen onder invloed van veranderende milieufactoren.
a)
Geen van beide omschrijvingen
b)
Alleen omschrijving 1
c)
Alleen omschrijving 2.
d)
Zowel omschrijving 1 als omschrijving 2.
7.
Katrien zegt: Er is sprake van twee nieuwe soorten als twee groepen organismen niet meer in staat zijn onderling voort te planten
Marion zegt: Bij het ontstaan van nieuwe soorten is het belangrijk dat een groep organismen geisoleerd raakt van een andere groep soortgenoten
Lees meer via http://biologiepagina.nl/2en3/Erfelijkheidevolutie/Oefentoets/erfelijkheidevolutie.htm#JTeBOql0E1q229uS.99
a)
beiden hebben gelijk
b)
beiden hebben ongelijk
c)
Alleen Katrien heeft gelijk
d)
Alleen Marion heeft gelijk