NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetsst.oda school groep 6
Total questions: 12
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wanneer was de watersnoodramp?
a)
1956
b)
1953
c)
1952
d)
1902
2.
Waarmee vulden de mensen de dijk?
a)
zandzakken
b)
klei
c)
suikerklontjes
d)
plastic
3.
Waar was de watersnoodramp?
a)
Nijmegen
b)
Vlieland
c)
Zeeland
d)
Zwolle
4.
Waar moest je je meubels laten?
a)
In de kelder
b)
buiten
c)
Op het dak
d)
Op de zolder
5.
Hoe moest je je huis beschermen?
a)
Dozen, klei
b)
Zandzakken, plastic
c)
Knuffels, stroom
d)
Boeken, tijdschriften
6.
Hoeveel dieren zijn er verdronken tijdens de watersnoodramp in 1953?
a)
100.134
b)
250.000
c)
200.000
d)
200.001
7.
Hoeveel mensen zijn er verdronken in 1953?
a)
1200
b)
100
c)
1300
d)
1348
8.
Hoeveel mensen raakten hun huis kwijt na de watersnoodramp?
a)
72.000
b)
71.000
c)
75.999
d)
72.100
9.
Welke provincies stroomden onder water?
a)
Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Holland
b)
Friesland, Zeeland en Gelderland
c)
Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland
d)
Drenthe, Limburg en Zeeland
10.
Jan vlucht vanwege het water naar het dak.
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
a)
Jan
b)
vlucht
c)
naar
d)
het dak
11.
Wat is baggeren?
a)
Weghalen van slib, afval en plantenresten van de waterbodem.
b)
Ophogen van de bodem.
c)
Dijken bouwen.
d)
Grondwater uit de grond halen.
12.
Wanneer is men begonnen met de bouw van de deltawerken?
a)
1955
b)
1963
c)
1953
d)
1954
Reset
