wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gebruikersondersteuning, h 12-14, Brinkman Uitgeverij

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Waarvoor kun je een USB-stick gebruiken bij het maken van een back-up?
a)
Om kleine hoeveelheden gegevens op te slaan.
b)
Om de back-up te starten.
c)
Om het OS van op te starten.
d)
Om de back-up van grote harde schijven op te slaan.
2.
Welke typen back-up noemt het boek?
a)
Totaal, regulier, incidenteel.
b)
Compleet, rudimentair, algoritmisch
c)
Configureel, modulair, algoritmisch
d)
Volledig, incrementeel, differentieel
3.
Wat doet image-software?
a)
Het kloont een harde schijf.
b)
Het bewerkt foto's.
c)
Het maakt een back-up.
d)
Het slaat foto's op.
4.
Wat houdt het 'grootvader-vader-zoon'-principe in?
a)
Het is een back-upstrategie voor thuisgebruik.
b)
Het betreft het recyclen van verouderde hardware.
c)
Het is een back-upstrategie om oude schijven te hergebruiken.
d)
Het is een back-upstrategie met drie schijven.
5.
Wat maakt de directory-structuur mogelijk?
a)
Dat Windows kan starten.
b)
Dat je bestanden terug kunt vinden.
c)
Dat je een back-up kunt maken.
d)
Dat een programma geïnstalleerd kan worden.
6.
Wat gebeurt er als je de toetsencombinatie  'CTRL' en 'V' gebruikt?
a)
De huidige selectie wordt gekopieerd.
b)
De huidige selectie wordt geknipt.
c)
De huidige selectie wordt verplaatst.
d)
De inhoud van het geheugen wordt geplakt.
7.
Je wilt drie bestanden selecteren die niet bij elkaar staan, maar wel in dezelfde map. Welke toets gebruik je?
a)
CTRL
b)
SHIFT
c)
ALT
d)
ALT + F4
8.
Welke servicedesksoorten onderscheidt het boek?
a)
Front- en backoffice
b)
mondeling en schriftelijk
c)
Intern en extern
d)
Customer en device
9.
De servicedesk moet:
- beschikbaar zijn
- bereikbaar zijn
- bekend zijn bij de gebruiker
- kennis hebben.
Wat ontbreekt in dit rijtje?
a)
aanwezig zijn
b)
op locatie zijn
c)
klantvriendelijk zijn
d)
volledig zijn
10.
Wat doe je als een gebruiker onduidelijk informatie over zijn probleem geeft?
a)
Zeggen dat hij duidelijker moet zijn.
b)
Gerichte vragen stellen.
c)
Naar de gebruiker toe gaan.
d)
Interpreteren wat hij bedoelt.
11.
Welk type vraag is dit: 'Reageert de cursor als u de muis beweegt?'
a)
Gesloten vraag.
b)
Open vraag.
c)
Verdiepende vraag.
d)
Controlevraag.
12.
Waarom moet je een gebruiker stap-voor-stap instructie geven?
a)
Anders wordt hij misschien onzeker.
b)
Anders snapt hij het niet.
c)
Anders doet hij het verkeerd.
d)
Anders duurt het te lang.