wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

temperatuur en warmte

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
de eenheid van temperatuur is
a)
meter
b)
graad celcius
c)
calorie
d)
gram
2.
de uitvinder van de vloeistofthermometer is
a)
Anders Celcius
b)
Gabriel Fahrenheit
c)
Lord Kelvin
d)
Nicola Tesla
3.
Je lichaamstemperatuur is gemiddeld
a)
35 graad celcius
b)
26 graad celcius
c)
37 graad celcius
d)
42 graad celcius
4.
de temperatuur van smeltend ijs is
a)
veranderlijk
b)
constant 0 graad celcius
c)
constant 0 fahrenheit
d)
constand 100 graad celcius
5.
kokend water heeft een temperatuur van
a)
0 graad celcius
b)
10 graad celcius
c)
100 graad celcius
d)
100 fahrenheit
6.
een koperen staaf van 10 cm bij kamertemperatuur wordt in de koelkast
a)
korter
b)
langer
c)
dikker
d)
er gebeurt niets
7.
vloeistoffen zetten meer uit dan vaste stoffen
a)
waar
b)
niet waar
c)
maakt niet uit
8.
Gassen kunnen ook uit zetten
a)
waar
b)
niet waar
c)
maakt niet uit
9.
het meetinstrument op de afbeelding
a)
vloeistofthermometer
b)
bimetaalthermometer
c)
koortsthermometer
d)
helemaal geen thermometer
10.
lees de thermometer af die op de afbeelding staat
a)
20 graad celcius
b)
22 graad celcius
c)
37 graad celcius
d)
32 graad celcius
11.
warmte is een vorm van energie die
a)
beweging kan geven
b)
snelheid kan veranderen
c)
temperatuur doet veranderen
d)
licht gaat geven
12.
straling is een vorm van warmtetransport waar....
a)
een metaal voor nodig is
b)
een vloeistof voor nodig is
c)
een gas voor nodig is
d)
geen van deze drie nodig is
13.
De zon is onze belangrijkste
a)
voedingsbron
b)
bron van kennis
c)
energiebron
14.
warmtetransport door geleiding gaat altijd door
a)

vaste stoffen

b)
vloeistoffen
c)
gassen
d)
geen stoffen
15.
warmtetransport door vloeistoffen en gassen noemt men
a)
straling
b)
stroming
c)
geleiding
d)
vervoer
16.
benzine is een vorm van energie. welke
a)
chemische energie
b)
bewegingsenergie
c)
stralingsenergie
d)
elektrische energie
17.
in een gloeilamp wordt elektrische energie omgezet in
a)
licht en beweging
b)
licht en straling
c)
licht en warmte
d)
licht en stroom
18.
energie kan uit het niets ontstaan
a)
waar
b)
niet waar
c)
maakt niet uit
19.
energie kan in het niets verdwijnen
a)
waar
b)
niet waar
c)
maakt niet uit
20.
warmtetransport gaat altijd
a)
van hoge naar lage temperatuur
b)
van lage naar hoge temperatuur
c)
van links naar rechts
d)
van onder naar boven