NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsBloed diagnostische vragen
Total questions: 25
Worksheet time: 13mins
Name
Class
Date
1.
Op deze afbeelding zie je
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
2.
De cellen met een paarse kern zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
3.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
4.
De draden waar bij een wondje een korstje van komt worden gemaakt door
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
5.
Het bloed in bloedvat C heeft
a)
een hoge bloeddruk
b)
een lage bloeddruk
6.
Als het bloed bij een wondje niet meer stolt, kan dat
a)
leukemie zijn
b)
hemofilie zijn
c)
door een hartinfarct komen
7.
De vloeistof die nu boven in de buis zit, is voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
8.
Welke bloedsomloop zie je in deze figuur helemaal?
a)
grote bloedsomloop
b)
kleine bloedsomloop
c)
allebei
d)
geen van tweeën
9.
Hoe heet onderdeel A in deze figuur?
a)
rechterboezem
b)
linkerboezem
c)
rechterkamer
d)
linkerkamer
10.
Wel nummer geeft de hartkleppen aan?
a)
12
b)
19
c)
20
d)
4
11.
Wel nummer geeft de longslagader aan?
a)
12
b)
3
c)
5
d)
4
12.
De bloedvaten met een rode kleur bevatten bloed met
a)
veel zuurstof
b)
veel koolstofdioxide
c)
veel hormonen
d)
veel warmte
13.
Hoe het het bloedvat dat aangegeven wordt met S?
a)
armslagader
b)
longader
c)
armader
d)
holle ader
14.
Welk nummer geeft de poortader aan?
a)
6
b)
7
c)
16
d)
15
15.
Bloedvat B is een
a)
slagader
b)
ader
c)
haarvat
16.
Bloedvat B heeft
a)
geen kleppen in de wanden
b)
wel kleppen in de wanden
17.
Bloedvat C heeft
a)
geen kleppen in de wanden
b)
wel kleppen in de wanden
18.
Het bloed in nummer 7 is
a)
rijk aan voedingsstoffen
b)
rijk aan zuurstof
c)
arm aan voedingsstoffen
d)
arm aan koolstofdioxide
19.
Waar worden rode bloedcellen gemaakt?
a)
Lymfeklieren
b)
In het rode beenmerg
c)
In de lever
d)
In de milt
20.
waar bestaat bloed uit?
a)
bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes
b)
bloedplasma, lymfevloeistof, witte bloedcellen
c)
bloedplasma, bloedcellen, mineralen
d)
zuurstof, koolstofdioxide, bloedplasma
21.
Bij de grote punt naar boven in de figuur van een hartslag.
a)
trekken de kamers samen
b)
trekken de boezems samen
c)
is er een hartpauze
22.
Met welk nummer is de rechterboezem aangegeven?
a)
4
b)
5
c)
6
d)
7
23.
Wat is de functie van deze bloedcel
a)
Ziekte verwekkers bestrijden
b)
Zuurstof vervoeren
c)
Bloed laten stollen
d)
CO2 vervoeren
24.
In het lichaam van een mens bevindt zich ongeveer
a)
4 liter bloed
b)
5 liter bloed
c)
6 liter bloed
d)
7 liter bloed
25.
De volgorde van een volledige hartslag is:
a)
boezemslag -> kamerslag -> hartpauze
b)
kamerslag -> boezemslag -> hartpauze
c)
boezemslag -> hartpauze -. kamerslag
d)
hartpauze -> kamerslag -> boezemslag
Reset
