NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsBiologie 1-4
Total questions: 56
Worksheet time: 28mins
Name
Class
Date
1.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Long
b)
Bronchiën
c)
Keelholte
d)
Neusholte
2.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Keelholte
b)
Neusholte
c)
Mondholte
d)
Bronchiën
3.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Bronchiën
b)
Long
c)
Neusholte
d)
Mondholte
4.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Mondholte
b)
Keelholte
c)
Luchtpijp
d)
Bronchiën
5.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Mondholte
b)
Keelholte
c)
Neusholte
d)
Luchtpijp
6.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Neusholte
b)
Mondholte
c)
Bronchiën
d)
Luchtpijp
7.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Neusholte
b)
Keelholte
c)
Mondholte
d)
Bronchiën
8.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Middenrif
b)
Long
c)
Luchtpijp
d)
Bronchieen
9.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Longblaasjes
b)
Luchtpijptakje
c)
Bronchiën
d)
Long
10.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel is dit?
a)
Longblaasjes
b)
Luchtpijptakje
c)
Bronchiën
d)
Long
11.
Waar bestaat de wand van de luchtpijp uit?
a)
Longblaasjes
b)
Luchtpijptakje
c)
Kraakbeenringen
d)
Long
12.
Kijk naar het bovenaanzicht: welk onderdeel is het gele vlakje?
a)
Slokdarm
b)
Luchtpijp
c)
Bronchiën
d)
Long
13.
Kijk naar het bovenaanzicht: welk onderdeel is het blauwe vlakje
a)
Slokdarm
b)
Luchtpijp
c)
Kraakbeenringen
14.
Noem 3 aandoeningen aan de luchtwegen?
a)
Koorts, oorontsteking en tandpijn
b)
Bronchitus, ASTMA en COPD
15.
Wat vindt er plaats tussen de longblaasjes en de longhaarvaten?
a)
Luchtuitwisseling
b)
Gasuitwisseling
c)
Longuitwisseling
d)
Bloeduitwisseling
16.
Wat zijn de paarse bolletjes op de tekening?
a)
Longblaasjes
b)
Longhaarvaten
c)
Bronchiën
d)
Zuurstofopname
17.
Wat zijn de rood-blauwe tentakels om de paarse bolletjes heen?
a)
Longblaasjes
b)
Longhaarvaten
c)
Bronchiën
d)
Zuurstofopname
18.
Wat is waar?
a)
Zuurstof gaat vanuit de lucht in de longblaasjes naar het bloed in de long haarvaten
b)
Bloed gaat vanuit de lucht in de longvaatjes naar het bloed in de longblaasjes
19.
Wat is je HUIG?
a)
Het strotklepje waarme je je luchtpijp afsluit
b)
De huig sluit je neusholte af als je voedsel in slikt
c)
De huig sluit je mondholte af als je inademt
20.
Wat is je strotklepje?
a)
Het klepje waarmee je je luchtpijp afsluit als je voedsel door slikt
b)
Het klepje waarmee je keelholte afsluit als je voedsel inslikt
c)
Het klepje waarmee je je mondholte afsluit als je inademt
21.
Noem 2 'longziekten' die je van roken krijgt.
a)
Longkanker en COPD
b)
Hart- en Vaatziekte
c)
Haaruitval en wratten
d)
Puistjes en voetschimmel
22.
Hoe heet de stof in een sigaret die een verslavende werking heeft?
a)
Nicotine
b)
Koolstofioxide
c)
Zuurstof
d)
Teer
23.
Hoe kunnen de longen van een roker zwart worden?
a)
De teer van de sigaret blijft plakken aan het slijmvlies van je longen.
b)
De nicotine van de sigaret blijft plakken aan het slijmvlies van je longen
c)
Omdat de longen te weinig zuurstof krijgen slaan ze zwart uit
24.
Wat is een 'allergie'?
a)
Overgevoeligheid van mensen voor een bepaalde stof
b)
Ziekte die je krijgt als je te veel rookt
c)
Een slechte ademhaling
25.
Noem een voorbeeld van een ziekte veroorzaakt door allergie?
a)
Zweetvoeten
b)
Hooikoorts
c)
COPD
26.
Wat is een 'chronische ziekte'?
a)
Een ziekte die niet overgaat.
b)
Een ziekte die tijdelijk is
c)
Een ontsteking aan je bronchiën
27.
Waar heeft iemand met Astma last van?
a)
Ontstoken luchtwegen waarvan het slijmvlies dikker is
b)
Ontstoken luchtwegen waarvan het middenrif dikker is
28.
Noem twee chronische longziekten
a)
Astma en COPD
b)
Hart en -Vaatziekten
29.
Wat is 'long emfyseem'?
a)
Schade aan de longblaasjes bij COPD
b)
Schade aan het strottenhoofd bij COPD
c)
Schade aan de keelholte
30.
Welke gassen vormen samen 22% van de uitgeademde lucht?
a)
Edelgassen, koolstofdioxide en zuurstof.
b)
Stikstof en zuurstof.
c)
Edelgassen, stikstof en zuurstof.
31.
Waarom ga je sneller ademhalen als je gaat sporten?
a)
Je gaat sneller ademhalen omdat er meer verbranding is in de cellen, waar ook meer zuurstof voor nodig is.
b)
Je gaat sneller ademhalen omdat er minder verbranding is in de cellen, waar ook meer zuurstof voor nodig is.
c)
Je gaat sneller ademhalen omdat er meer verbranding is in de cellen, waar ook meer koolstofdioxide voor nodig is.
d)
Je gaat sneller ademhalen omdat er minder verbranding is in de cellen, waar ook meer koolstofdioxide voor nodig is.
32.
Als je de verbrandingsproducten die ontstaan bij de verbranding in het kooktoestel door helder kalkwater leidt, wordt het kalkwater troebel.
Welk verbrandingsproduct heb je dan aangetoond?
Welk verbrandingsproduct heb je dan aangetoond?
a)
Koolstofdioxide
b)
Zuurstof
c)
Koolstofmonixide
d)
Energie
33.
Uitgeademde lucht bevat veel waterdamp.
a)
Juist
b)
Onjuist
34.
Bij verbranding is brandstof nodig.
Wat is de meest gebruikte brandstof voor verbranding in een cel?
Wat is de meest gebruikte brandstof voor verbranding in een cel?
a)
Glucose
b)
Diesel
c)
Benzine
d)
Campinggas
35.
Na de verbranding van een kaars in een afgesloten ruimte zal er meer koolstofdioxide in de lucht zitten.
Hoe heet de stof waarmee je kunt aantonen dat er koolstofdioxide in de lucht zit?
Hoe heet de stof waarmee je kunt aantonen dat er koolstofdioxide in de lucht zit?
a)
Helder kalkwater.
b)
Zuurstof.
c)
Verbrandingsproducten.
36.
Is de volgende bewering juist of onjuist?
Uitgeademde lucht bevat minder koolstofdioxide dan ingeademde lucht.
Uitgeademde lucht bevat minder koolstofdioxide dan ingeademde lucht.
a)
Juist
b)
Onjuist
37.
Tijdens lichamelijke inspanning krijg je het warm.
Enkele veranderingen die in je lichaam kunnen optreden, zijn:
1 Je begint te zweten.
2 Je gaat sneller ademhalen.
3 Je hart gaat sneller kloppen.
Welke van deze veranderingen treden op bij een toename van je lichamelijke inspanning?
Alleen 1 en 2.
Enkele veranderingen die in je lichaam kunnen optreden, zijn:
1 Je begint te zweten.
2 Je gaat sneller ademhalen.
3 Je hart gaat sneller kloppen.
Welke van deze veranderingen treden op bij een toename van je lichamelijke inspanning?
Alleen 1 en 2.
a)
Alleen 1 en 2.
b)
Alleen 1 en 3.
c)
Alleen 2 en 3.
d)
Zowel 1, 2 als 3.
38.
Welke stof kun je aantonen met helder kalkwater?
a)
Koolstofdioxide
b)
Zuurstof
c)
Stikstof
d)
Edelgassen
39.
Is de volgende bewering juist of onjuist?Ingeademde lucht bevat meer zuurstof dan uitgeademde lucht.
a)
Juist
b)
Onjuist.
40.
Als je je inspant, werken veel organen samen om te zorgen dat je spieren genoeg zuurstof en glucose krijgen voor de verbranding.Welk orgaan zorgt ervoor dat er voldoende zuurstof in je lichaam komt?
a)
De darm.
b)
De longen.
c)
De neus
41.
Hoe noem je een stof waarmee je een andere stof kunt aantonen?
a)
Indicator
b)
Kalkwater
c)
Zuurstof
42.
Is de volgende bewering juist of onjuist?
Ingeademde lucht bevat evenveel stikstof als uitgeademde lucht.
Ingeademde lucht bevat evenveel stikstof als uitgeademde lucht.
a)
Juist.
b)
Onjuist.
43.
Bij de verbranding in je lichaam komt energie vrij.
Michiel zegt dat deze energie kan worden gebruikt voor het maken van bewegingen.
Joeri zegt dat deze energie kan worden gebruikt voor het handhaven van je lichaamstemperatuur.
Wie heeft of hebben gelijk?
Michiel zegt dat deze energie kan worden gebruikt voor het maken van bewegingen.
Joeri zegt dat deze energie kan worden gebruikt voor het handhaven van je lichaamstemperatuur.
Wie heeft of hebben gelijk?
a)
Geen van beiden
b)
Alleen Joeri heeft gelijk.
c)
Alleen Michiel heeft gelijk.
d)
Joeri en Michiel hebben allebei gelijk.
44.
1 + zuurstof → water + 2 + energie (3 en warmte).
Stel dat het schema de verbranding van een kaars weergeeft.
Wat moet dan bij 3 worden ingevuld?
Stel dat het schema de verbranding van een kaars weergeeft.
Wat moet dan bij 3 worden ingevuld?
a)
Licht
b)
Beweging
c)
Kaarsvet
45.
1 + zuurstof → water + 2 + energie (3 en warmte).
Stel dat het schema de verbranding van een kaars weergeeft.
Wat moet dan bij 2 worden ingevuld?
Stel dat het schema de verbranding van een kaars weergeeft.
Wat moet dan bij 2 worden ingevuld?
a)
Verbrandingsproducten
b)
Licht
c)
Kaarsvet
46.
1 + zuurstof → water + 2 + energie (3 en warmte).
Stel dat het schema de verbranding van een kaars weergeeft.
Wat moet dan bij 1 worden ingevuld?
Stel dat het schema de verbranding van een kaars weergeeft.
Wat moet dan bij 1 worden ingevuld?
a)
Verbrandingsproducten
b)
Licht
c)
Kaarsvet
47.
Is de volgende bewering juist of onjuist?
Uitgeademde lucht is droger dan ingeademde lucht.
Uitgeademde lucht is droger dan ingeademde lucht.
a)
Juist.
b)
Onjuist.
48.
Wat is de brandstof voor de verbranding in je lichaam?
a)
Koolstofdioxide.
b)
Water.
c)
Glucose.
d)
Zuurstof.
49.
Is de volgende bewering juist of onjuist?
Sigarettenrook bevat onder andere verschillende gassen.
Sigarettenrook bevat onder andere verschillende gassen.
a)
Juist.
b)
Onjuist.
50.
In sigarettenrook komt maar één bepaalde kankerverwekkende stof voor.
a)
Juist.
b)
Onjuist.
51.
Nicotine beschadigt de trilhaarcelen in de luchtwegen.
a)
Juist.
b)
Onjuist.
52.
De stof die het roken zo verslavend maakt, is
a)
Koolstofdioxide
b)
Nicotine
c)
Teer
53.
Door te roken krijg je koolstofmono-oxide in je bloed.
Hierdoor kan je lichaam minder goed zuurstof vervoeren en zal je conditie afnemen.
Hierdoor kan je lichaam minder goed zuurstof vervoeren en zal je conditie afnemen.
a)
Juist
b)
Onjuist
54.
Wat is hooikoorts
a)
Allergie voor stuifmeelkorrels
b)
Een hevige vorm van koorts
c)
Een ziekte die veel boeren hebben
55.
Wat is een allergie?
a)
Bij een allergie ben je overgevoelig voor bepaalde stoffen.
b)
Bij een allergie krijg je altijd benauwdheids aanvallen
c)
Bij een allergie wordt je zonder reden agressief
56.
Aan welke verschijnselen kun je merken dat je in aanraking bent geweest met een stof waar je allergisch voor bent?
a)
Aan huiduitslag, een branderig gevoel, jeuk en ontstekingen.
b)
Aan overmatig zweten en hartkloppingen
Reset
