WorksheetsRevolutie in Frankrijk
Total questions: 7
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
De Franse koning Lodewijk XVI riep in 1789 de Staten-Generaal bijeen. Waarom deed hij dat?
a)
Hij was niet langer in staat om alleen te regeren en wilde steun.
b)
Hij was blut en had toestemming nodig voor het verhogen van de belastingen.
2.
Frankrijk kende 3 standen. Welke stand had de meeste problemen met de plannen van de koning?
a)
De 1e stand.
b)
De 2e stand.
c)
De 3e stand.
3.
De Franse burgers grepen op 14 juli 1789 naar de wapens. Welk gebouw werd die dag door hen bestormd?
a)
Het paleis in Versailles.
b)
Het paleis in Parijs.
c)
De gevangenis in Versailles.
d)
De gevangenis in Parijs.
4.
Juist of onjuist? Het geweld sloeg over naar het platteland. Kastelen en kloosters werden in brand gestoken.
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
De Franse burgers maakten een grondwet. Wat was de belangrijkste regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
6.
Drie jaar na het begin van de revolutie werd Frankrijk een republiek. Dat is.....
a)
een land met een koning zonder macht.
b)
een land met edelen die het land regeren.
c)
een land zonder echte leider.
d)
een land zonder koning of keizer.
7.
Juist of onjuist? Zowel koning Lodewijk XVI als zijn vrouw koningin Marie-Antoinette eindigden hun leven onder de guillotine.
a)
Juist
b)
Onjuist
100 %
