wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Celorganellen

Total questions: 18

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Eiwitten worden door deze organel gemaakt
a)
Endoplasmatisch Reticulum
b)
Ribosomen
c)
Kern
d)
idk
2.
Wat hoort bij scheidend vermogen (SV)?
a)
SV help je om details scherp te kunnen zien
b)
Is zeer afhankelijk van de vergroting (lens) en lichtbron.
c)
De kleinste afstand waarmee twee punten nog net uit elkaar gescheiden kan worden.
d)
Alle antwoorden.
3.
Met welke microscoop is het volgende afbeelding gemaakt?
a)
SEM
b)
TEM
c)
Lichtmicroscoop
4.
Waarom is de celmembraan een actief bestanddeel van de cel?
a)
Vanwege het transport regeling van stoffen tussen de celinhoud en de omgeving.
b)
Omdat het een levend organel is en de cel beschermt
c)
Want het zit om de cel heen
d)
idk
5.
 Wat kan er over de celkern gezegd worden?
a)
Het bevat alle erfelijke materiaal van een organisme en stuurt alle activiteiten binnen een cel
b)
Alle eukaryotische cellen bevatten een celkern
c)
Alle antwoorden kloppen
d)
De celkern heeft één membraan
6.
Chloroplasten hebben een dubbele membraan en bevatten hun eigen DNA en ribosomen
a)
Waar
b)
Niet waar
c)
idk
7.
Wat is de functie van leukoplasten
a)
Hier vindt fotosynthese plaats.
b)
het geven van kleur aan bloemen, rijpe vruchten en bladeren.
c)
Dient als opslagruimte voor reservevoedsel.
8.
Plastiden kunnen onder een lichtmicroscoop gezien worden
a)
Nee
b)
Ja
9.
Noem de functie van chromoplasten
a)
Hier vindt fotosynthese plaats.
b)
het geven van kleur aan bloemen, rijpe vruchten en bladeren.
c)
Dient als opslagruimte voor reservevoedsel.
10.
Noem de functie van chloroplasten
a)
Hier vindt fotosynthese plaats.
b)
het geven van kleur aan bloemen, rijpe vruchten en bladeren.
c)
Dient als opslagruimte voor reservevoedsel.
11.
wat is waar?
a)
1 en 3 zijn eukaryoten
b)
2 en 3 zijn eukaryoten
c)
2 is een eukaryoot
12.
Deze plantaardige celorganel is onder andere een stortplaats van afvalproducten.
a)
plastiden
b)
vacuolen
c)
celwand
13.
Wat klopt niet?
a)
In het cytoplasma vinden er talloze biochemische reacties plaats en worden stoffen opgeslagen
b)
Een cel kan zonder cytoplasma overleven
c)
Cytoplasma houdt alle celorganellen op zijn plek
14.
Dit is geen onderdeel van de cel
a)
nummer 8
b)
nummer 1
c)
nummer 3
15.
Hoe heet nummer 10?
a)
Plasmodesmata
b)
Celwand
c)
Mitochondria
16.
Wat is de functie van de pectine (middenlamel)? geef aan het nummer
a)
Werkt als een soort lijm, nummer 9
b)
geeft de cel stevigheid, nummer 10
c)
zorgt voor transport nummer 8
17.
Welk nummer geeft de ruwe endoplasmatisch reticulum aan?
a)
Nummer 19
b)
nummer 5
c)
nummer 4
d)
nummer 18
18.
Deze organel maakt de eiwitten klaar voor gebruikt
a)
nummer 6
b)
nummer 1
c)
nummer 18