NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsSerie en parallel
Total questions: 8
Worksheet time: 4mins
Name
Class
Date
1.
Wat gebeurt er met de stroomsterkte door andere lampen als in een parallelschakeling één lamp doorbrand?
a)
Wordt groter
b)
Wordt kleiner
c)
Blijft het zelfde
Blijft het zelfde
Blijft het zelfde
d)
er loopt geen stroom meer
2.
Wat gebeurt er met de stroomsterkte door andere lampen als in een serieschakeling één lamp doorbrand?
a)
Wordt groter
b)
Wordt kleiner
c)
Blijft het zelfde
Blijft het zelfde
Blijft het zelfde
d)
er loopt geen stroom meer
3.
Wat gebeurt er met de lichtsterkte van elke lamp in een parallelschakeling als er meer lampen parallel worden toegevoegd
a)
Wordt sterker
b)
wordt zwakker
c)
blijft gelijk
d)
de lampen gaan uit
4.
Wat gebeurt er met de lichtsterkte van elke lamp in een serieschakeling als er meer lampen in serie worden toegevoegd
a)
Wordt sterker
b)
wordt zwakker
c)
blijft gelijk
d)
de lampen gaan uit
5.
In een parallelschakeling van twee lampen staat over één van de lampen een spanning van 6 volt. Hoe groot is de spanning over de andere lamp?
a)
3 volt
b)
6 volt
c)
12 volt
d)
9 volt
6.
Een serieschakeling van twee lampen is aangesloten op een spanningsbron van 12 volt. Over één van de lampen een spanning van 4 volt. Hoe groot is de spanning over de andere lamp?
a)
4 volt
b)
6 volt
c)
8 volt
d)
12 volt
7.
In een parallelschakeling van twee lampen is de stroom door één van de lampen 2 ampere. De weerstand van de andere lamp is twee keer zo groot. Hoe groot is de stroom door de andere lamp?
a)
1 ampere
b)
2 ampere
c)
3 ampere
d)
4 ampere
8.
In een serieschakeling van twee lampen is de stroom door één van de lampen 2 ampere. De weerstand van de andere lamp is twee keer zo groot. Hoe groot is de stroom door de andere lamp?
a)
1 ampere
b)
2 ampere
c)
3 ampere
d)
4 ampere
Reset
