WorksheetsDe Griekse wereld
Total questions: 16
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
Waarom was Griekenland verdeeld in verschillende poleis?
a)
De Grieken voerden veel oorlogen met elkaar.
b)
De verschillende poleis spraken andere talen.
c)
Het landschap zorgde ervoor dat communicatie lastig was.
d)
De Grieken konden dan beter handelen.
2.
Hoe noemen we een versterkte heuvel waar de burgers naartoe vluchtten bij gevaar?
a)
Polis
b)
Akropolis
c)
Agora
d)
Kolonie
3.
Van wie namen de Grieken het letterschrift over?
a)
De Lydiërs
b)
De Romeinen
c)
De Feniciërs
d)
De Perzen
4.
Waarom werden er kolonies gesticht?
a)
Grieken hielden van reizen
b)
De bevolking was Griekenland zat
c)
De bevolking groeide en men kwam voedsel tekort
5.
Iedere Griekse stadstaat had een eigen bestuur, eigen wetten en eigen leger
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
De agora was de plek waar alleen maar politiek bedreven werd.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist.
7.
Wanneer kwam je in aanmerking voor het Atheense burgerschap?
a)
Als je geboren was in Athene.
b)
Als je vader geboren was in Athene.
c)
Als je beide ouders in Athene geboren waren.
d)
Als je langer dan tien jaar in Athene woonde.
8.
Hoe ging men in Athene om met mannen die toch teveel macht voor zichzelf wilden?
a)
Deze mannen werden gevangen gezet.
b)
Deze mannen werden vermoord.
c)
Deze mannen werden verbannen uit de polis.
d)
Deze mannen werd het burgerschap ontnomen.
9.
Welke bestuursvorm kwam tot de 8e eeuw v.Chr. het meeste voor in de Griekse wereld?
a)
monarchie
b)
aristocratie
c)
democratie
d)
tirannie
10.
Hoe noemen we de manier van besturen waarbij een kleine groep mensen de macht heeft?
a)
monarchie
b)
democratie
c)
aristocratie
d)
tirannie
11.
Hoe noemen we de manier van besturen waarbij één persoon niet helemaal legaal aan de macht gekomen is.
a)
monarchie
b)
aristocratie
c)
democratie
d)
tirannie
12.
Welke polis werd als eerste een democratie?
a)
Sparta
b)
Athene
c)
Corinthe
d)
Thebe
13.
Alle tirannen waren alleen maar uit op veel macht voor zichzelf.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist.
14.
Hoe dachten geleerden als Socrates en Plato over de democratie.
a)
Zij vonden het positief dat het volk invloed kreeg op het bestuur.
b)
Invloed voor alle burgers is goed voor de kwaliteit van het bestuur.
c)
Ze twijfelden of het gewone volk wel de juiste beslissingen kon nemen.
d)
Ze vonden dat er beter één persoon aan de macht kon zijn.
15.
Hoeveel burgers moesten er bij belangrijke beslissingen minstens aanwezig zijn in de Atheense volksvergadering?
a)
1000
b)
2500
c)
3500
d)
6000
16.
Het was in de volksvergadering belangrijk om een goede spreker te zijn.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist.
100 %
