wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2.2wNG1_PET-techniek

Total questions: 9

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Een van de voornaamste verschillen tussen PET/CT en conventioneel nucleair onderzoek met behulp van een gammacamera berust op het verschil in sensitiviteit.
Bij PET/CT ligt de sensitiviteit doorgaans hoger dan bij conventioneel nucleair onderzoek.
a)
JA
b)
NEE
2.
De annihilatiefotonen waarvan gebruik wordt gemaakt bij PET/CT, vertrekken onder een hoek van 90° vanaf het punt waar annihilatie heeft plaatsgevonden.
a)
JA
b)
NEE
3.
De maximaal haalbare resolutie van PET/CT onderzoek staat in directe relatie tot de dracht in water van de positronen van het isotoop dat wordt gebruikt bij het onderzoek.
a)
JA
b)
NEE
4.
Er zijn verschillende soorten coïncidenties, waarvan de randoms de meest waardevolle zijn voor de beeldacquisitie.
a)
JA
b)
NEE
5.
Gegeven:
Net als bij de gammacamera wordt er bij een PET/CT-scanner gebruik gemaakt van een scintillatiekristal.
Stelling:
Bij een PET/CT-scanner is dit kristal eveneens gemaakt van het materiaal
NatriumJodide (NaI)
a)
JA
b)
NEE
6.
De ‘edge shields’ van een PET/CT scanner hebben dezelfde functie als de septa van een collimator, namelijk het wegvangen van alle fotonen die niet loodrecht op het scintillatiekristal binnenvallen.
a)
JA
b)
NEE
7.
Het instellen van een energiewindow is de voornaamste maatregel die tegengaat dat coïncidenties voortkomend uit verstrooiing (de ‘scatters’) worden meegenomen in de beeldvorming
a)
JA
b)
NEE
8.
Gegeven:
Met een PET/CT systeem worden PET-beelden en CT-beelden vervaardigd.
Stelling:
Naderhand worden deze slechts over elkaar heen gelegd bij beoordeling om zowel fysiologische informatie (PET) als anatomische informatie (CT) te zien.
a)
JA
b)
NEE
9.
Iteratieve reconstructie is gebaseerd op onderstaand principe:
Eerst wordt een grove schatting gemaakt van het 3D beeld, op basis van een 2D beeld. Het geschatte beeld wordt vergeleken met de volgende projectie, en het verschil tussen deze twee wordt gebruikt om de schatting nauwkeuriger te maken. Dit proces wordt herhaald (iteratie), tot het 3D beeld optimaal is.
a)
JA
b)
NEE