wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 NOVA 2e druk ho. 2 - sommen

Total questions: 10

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.
Een metalen bol heeft een lading van -2,0 C. Hoeveel elektronen zitten er meer in de bol dan protonen?
a)
6,3 x 10-18
b)
6,3 x 1018
c)
1,3 x 1019
d)
1,3 x 10-19
2.
Door een wasmachine loopt een stroom van 9,2 A. Hoeveel lading is er in 30 minuten langs gestroomd?
a)
2,8 x 102 C
b)
1,4 102 C
c)
1,7 x 104 C
d)
5,1 x 10-3 C
3.
Een waterkoker met een weerstand van 30 Ω wordt aangesloten op het stopcontact. Bereken het vermogen.
a)
1,2 kW
b)
30 W
c)
1,8 kW
d)
1,6 MW
4.
Op een constantaandraad (0,49·10-6 Ωm) van 60 cm staat een spanning van 2,5 V. Er loopt een stroom van 12 mA. Bereken de oppervlakte van de doorsnede.
a)
1,4 x 10-9 m2
b)
1,4 x 10-7 m2
c)
1,4 x 10-6 m2
d)
6,1 x 10-5 m2
5.

Bereken de totale weerstand van deze schakeling.

a)

1,1 Ω

b)

7,2 Ω

c)

11 Ω

d)

44 Ω

6.
De spanningsbron in deze schakeling geeft 12 V. Bereken de spanning op de middelste weerstand.
a)
1,7 V
b)
3,7 V
c)
7,3 V
d)
8,2 V
7.
U1 = 3,5 V
I = 0,23 A
R2 = 36 Ω
Bereken Ubron.
a)
7,0 V
b)
8,3 V
c)
11,8 V
d)
160 V
8.
Itot = 0,40 A
I1 = 0,12 A
R1 = 20 Ω
R2 = 30 Ω
Bereken R3.
a)
12 Ω
b)
15 Ω
c)
40 Ω
d)
50 Ω
9.
R1 = 10 Ω
R2 = 20 Ω
R3 = 30 Ω
Ubron = 8,0 V
Bereken Ibron.
a)
0,13 A
b)
0,73 A
c)
1,5 A
d)
44 A
10.
Bereken R3.
a)
13 Ω
b)
27 Ω
c)
33 Ω
d)
40 Ω