wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordsoorten-zn-bijv.nw-zww-hww

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan in de zin: De marktkoopman verkoopt bananen, appels en peren.
a)
2
b)
3
c)
4
2.
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?De leerlingen hadden in kleine groepjes gewerkt aan de opdrachten
a)
hadden
b)
hadden -opdrachten
c)
gewerkt-opdrachten
d)
hadden gewerkt
3.
Welk woord is het hulpwerkwoord in de zin: Heb je nog nagedacht over de vakantie?
a)
nog
b)
over
c)
heb
d)
nagedacht
4.
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?We hebben gisteren een leuke film gezien.
a)
hebben gisteren gezien
b)
gisteren gezien
c)
hebben gezien
5.
Wat is het zelfstandig werkwoord in de zin: Ik kan de scooter niet aan de praat krijgen
a)
kan
b)
niet
c)
kan krijgen
d)
krijgen
6.
Hoeveel lidwoorden zitten in de volgende zin?De ober heeft het eten teruggebracht naar de keuken
a)
2
b)
3
c)
geen
7.
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin?Tussen de boeken op het tafeltje stond een oude computer
a)
tussen
b)
computer
c)
boeken
d)
oude
8.
Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan in de volgende zin?De harde muziek maakte de schrijver erg verdrietig
a)
geen
b)
1
c)
2
d)
3
9.
Goed of fout?Een zelfstandig werkwoord kan nooit zonder een hulpwerkwoord voorkomen.
a)
goed
b)
fout
10.
Het zelfstandig werkwoord in de volgende zin is het woord: is--Het huis is gebouwd op een heuvel
a)
goed
b)
fout
11.
Goed of fout? Bij het zoeken naar het zelfstandig werkwoord is de persoonsvorm het  belangrijkste werkwoord in de zin.
a)
soms
b)
goed
c)
fout
12.

Wat is (zijn) het (de)persoonlijk(e) voornaamwoord(en) in de volgende zin?

Wie heeft dit aan jou gegeven?

a)
dit
b)
wie
c)
wie-dit-jou
d)
wie-jou
13.

Wat is (zijn) het (de)persoonlijk(e) voornaamwoord(en) in de volgende zin?

Ze heeft mij geholpen

a)
zij-mij
b)
ze-mij
c)
mij
d)
ze
14.

Wat is (zijn) het (de)persoonlijk(e) voornaamwoord(en) in de volgende zin?

Ze kunnen me nog wat aan gaan bieden.

a)
ze
b)
kunnen-nog
c)
me
d)
ze-me
15.
Wat is (zijn) het (de)persoonlijk(e) voornaamwoord(en) in de volgende zin?Ze kunnen me nog meer vertellen.
a)
ze
b)
me
c)
nog
d)
ze-me
16.
Wat is het persoonlijk voornaamwoord in de volgende zin?Je moet me niet aanstoten.
a)
je-me
b)
je-moet
c)
me
17.
Wat is het persoonlijk voornaamwoord in de volgende zin?Je moet me niet aanstoten.
a)
je-me
b)
je-moet
c)
me
18.

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord

a)

waar

b)

niet waar

19.

Bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gemaakt van een werkwoord

a)

niet waar

b)

waar

20.

Een bijvoeglijk naamwoord moet je zo lang mogelijk maken

a)

waar

b)

niet waar

21.

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord heeft géén trappen van vergelijking

a)

dit klopt

b)

dit klopt niet

22.

een............. tas

a)

plasticcen

b)

plastic

c)

plastikken

d)

plastik

23.

een jas

a)

suéde

b)

suéden

c)

suwedden

d)

suwedde

24.

een buis

a)

alluminium

b)

alumminuum

c)

aluminium

d)

aluminiummen

25.

een tent

a)

nylon

b)

neilon

c)

nylonnen

d)

nailon