NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsCampbell 40
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Dit is een voorbeeld van:
a)
divergente evolutie
b)
convergente evolutie
2.
Verschillende niveaus van organisatie zijn van klein naar groot:
a)
molecuul-cel-orgaan-weefsel-organisme
b)
molecuul-cel-weefsel-orgaan-organisme
c)
molecuul-weefsel-cel-orgaan-organisme
d)
cel-molecuul-weefsel-orgaan-organisme
3.
Welk weefsel zie je hier?
a)
pseudogelaagd epitheel
b)
pseudogelaagd trilhaarepitheel
c)
eenlagig cylindrisch epitheel
d)
eenlagig kubisch epitheel
4.
Welk weefsel zie je hier?
a)
kraakbeenweefsel
b)
dicht bindweefsel
c)
been-/botweefsel
d)
losmazig bindweefsel
5.
Waar vind je dit weefsel?
a)
Dikke darm
b)
Hart
c)
Triceps
d)
Biceps
6.
Wat is de juiste combinatie van het epitheel en de functie?
a)
Eenlagig cylindrisch - Diffusie
/ longblaasjes
b)
Kubisch
epitheel - Trilharen/
luchtpijp
c)
Pseudogelaagd (cylindrisch) epitheel - Klierfunctie
d)
Eenlagig plat epitheel - Diffusie
/ longblaasjes
7.
Waar worden geen stoffen uitgewisseld?
a)
Longen
b)
Maag
c)
Darmen
d)
Huid
8.
Wat is geen kenmerk van een weefsel waarbij uitwisseling van stoffen plaatsvindt?
a)
Plooien
b)
Trilharen
c)
Vetlaagje
d)
Dun
9.
Welk orgaanstelsel hoort bij de volgende organen:
Beenmerg
Lymfeknopen
Milt
Beenmerg
Lymfeknopen
Milt
a)
Immunstelsel
b)
Transportstelsel
c)
Verteringsstelsel
d)
Endocrien stelsel
10.
De apicale kant van een epitheellaag is...
a)
... de bovenkant
b)
... de binnenkant
c)
... de onderkant
d)
... de buitenkant
Reset
