wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De koude oorlog

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
De waarde gelijkheid is erg belangrijk bij dit systeem
a)
Kapitalisme
b)
Communisme 
2.
In het kapitalisme zijn de productiemiddelen in handen van de overheid
a)
Juist 
b)
Onjuist
3.
Landen die tijdens de Koude Oorlog bij het wetsblok hoorden kregen steun van de VS en waren Kappitalistisch
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Productiemiddelen bestaan uit natuur, arbeid en kapitaal
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
Een voorbeeld van productiemiddel kapitaal zijn de machines
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
Een voorbeeld van productiemiddel natuur is de boer zijn grond.
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
Bij het communisme was bijvoorbeeld productiemiddel natuur, de boer zijn grond, in handen van de boer zelf
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
Bij het kapitalisme was productiefactor kapitaal, de machines, in handen van de ondernemer zelf en niet de overheid
a)
Juist
b)
Onjuist
9.
Bij het communisme beslist de overheid wat voor werk werknemers moeten doen
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Hoe komen de prijzen tot stand in een vrijemarkteconomie?
a)
Door de regering
b)
Door vraag en aanbod
c)
De bedrijven spreken dat met elkaar af
11.
Waarom waren bedrijven in de Sovjet-Unie nauwelijks gemotiveerd om goede producten te maken?
a)
Er was geen handelsmentaliteit in de SU
b)
De hoge bazen staken al het geld in hun eigen zak
c)
Bedrijven concurreerden niet met elkaar
d)
Ze waren in de SU erg lui
12.
Tik het Juiste aan:
Door de regering wordt bepaald wat er en hoeveel er door de boeren en fabrieken moet worden geproduceerd. 
a)
Vrijemarkteconomie 
b)
Planeconomie
13.
Landen die tijdens de Koude Oorlog bij het Oostblok hoorden kregen steun van de SU en waren Communistisch
a)
Juist
b)
Onjuist
14.
De verschillen in arm en rijk zijn groot
a)
Kappitalisme
b)
Communisme
15.
De overheid zorgt ervoor dat iedereen werk heeft
a)
Communisme
b)
Kapitalisme
16.
Een voordeel van het communisme
a)
Er is veel vrijheid
b)
Er is veel gelijkheid
17.
Het woord demos van het woord democratie staat voor volk 
a)
Waar
b)
Niet waar
18.
In een dictatuur kiezen de burgers degene die het land bestuurd
a)
Juist
b)
Onjuist
19.
In een dictatuur heeft de regering alle macht
a)
Juist
b)
Onjuist
20.
In het communisme bepaald de overheid hoe hoog de lonen zijn
a)
Juist
b)
Onjuist
21.
Door te stemmen of jezelf verkiesbaar te stellen kan je invloed uitoefenen op het bestuur in een democratie
a)
Juist
b)
Onjuist