NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsDe bonus van het boerenbestaan
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
15 Hoe wordt het onderwerp van de tekst in alinea 1 ingeleid? De tekst wordt ingeleid door..
a)
de mening van de schrijver voorop te stellen
b)
een landbouwdeskundige te introduceren.
c)
een samenvatting van de rest van de tekst te geven
d)
een voorbeeld bij het onderwerp van de tekst te noemen.
2.
16 Wat is het verband tussen alinea 2 en alinea 3?
a)
A Alinea 2 en alinea 3 vormen samen een opsomming.
b)
B Alinea 2 en alinea 3 vormen samen een waarschuwing.
c)
C In alinea 3 wordt het gestelde in alinea 2 bevestigd.
d)
D In alinea 3 wordt het gestelde in alinea 2 tegengesproken.
3.
17 Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 5 en 6?
a)
A Biodynamische landbouw
b)
B Het delen van agrarische kennis
c)
C Vierjarige beroepsopleiding
d)
D Werk in kleinschalige tuinbouw
4.
18 Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 8 en 9?
a)
A Economische veranderingen
b)
B Idealistische motieven
c)
C Kleinschalige projecten
d)
D Toenemende belangstelling
5.
19 “De beginnende boeren en boerinnen voelen zich geïnspireerd door de vraag naar lokale producten, zorgen over het milieu en de kans om in de buitenlucht te werken.” (regels 32-36)
Citeer een zin uit de alinea’s 8 en 9 waarin ongeveer hetzelfde wordt beweerd.
Citeer een zin uit de alinea’s 8 en 9 waarin ongeveer hetzelfde wordt beweerd.
a)
Ze zijn erg idealistisch als het over hun toekomst gaat.
b)
“Volgens hem wordt een steeds groter aantal studenten aangesproken door veranderingen op het gebied van lokale productie en milieubewustzijn.”
c)
De studenten hebben steeds meer het idee dat je landbouw kunt inzetten als instrument van verandering, als een manier om echt iets bij te dragen.”
6.
20 De deskundigen Edith Daniel (regel 47) en Gied Donkers (regel 110) doen allebei een uitspraak over jongeren. Welke overeenkomst hebben die jongeren?
a)
jongeren/studenten geven om de aarde
b)
jongeren hechten niet aan duurzaamheid
7.
21 De schrijver van een tekst kan op verschillende manieren gebruik maken van de mening van anderen. Hoe gebruikt de schrijver in deze tekst de mening van anderen?
a)
A geeft de meningen weer zonder commentaar.
b)
B probeert de meningen steeds tegen te spreken.
c)
C toont aan dat de meningen niet juist zijn
d)
D vergelijkt de verschillende meningen met elkaar.
8.
22 Welke zin geeft het beste de hoofdgedachte weer van deze tekst?
a)
A Door een haperende economie maken kleinere boerenbedrijven steeds vaker gebruik van stagiaires.
b)
B Jonge boeren in Europa en Amerika willen steeds vaker vrijwilligerswerk op boerderijen verrichten
c)
C Steeds meer jonge mensen willen het boerenbestaan uitproberen en uit idealistisch oogpunt duurzame landbouw bedrijven.
d)
D Werken op een boerderij is een perfecte manier om je hoofd leeg te maken en je nieuwe energie te geven.
9.
23 Wat is het voornaamste doel van de schrijver met deze tekst?
a)
A activeren
b)
B adviseren
c)
C informeren
d)
D overtuigen
10.
24 Geef twee oorzaken waarom volgens de tekst het aantal stagiaires op boerenbedrijven merkbaar toeneemt.
a)
de groeiende belangstelling voor de duurzame landbouw + boerenbedrijven bieden een leerplek aan
b)
de groeiende belangstelling voor duurzame landbouw + de economische misère
c)
de economische misère + buitenlucht doet een mens goed
11.
25 “De studenten hebben steeds meer het idee dat je landbouw kunt inzetten als instrument van verandering, als een manier om echt iets bij te dragen.” (regels 120-124) Citeer de zin uit de alinea’s 2 en 3 waarin deze verandering nader wordt beschreven.
a)
”Ze hebben zich als gemeenschappelijk doel gesteld om duurzame en gezonde manieren te vinden om voedsel te produceren.”
b)
De beginnende boeren en boerinnen voelen zich geïnspireerd door de vraag naar lokale producten, zorgen over het milieu en de kans om 35 in de buitenlucht te werken.
c)
Ze doen ervaring op door vrijwilligerswerk, korte baantjes, stages en universi-
taire trainingen.
taire trainingen.
Reset
