wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 NOVA 2e druk ho. 3

Total questions: 21

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.
Wat is geen kracht?
a)
veerkracht
b)
zwaartekracht
c)
gewicht
d)
massa
2.
Bij een schaal van 1 cm = 25 N, hoe lang moet een kracht van 67 N dan zijn?
a)
0,373 cm
b)
0,373 m
c)
2,68 cm
d)
2,68 m
3.
Wat is de eenheid van gewicht?
a)
kilogram
b)
Newton
c)
meter
d)
Pascal
4.
Twee krachten van 57 N en 23 N werken precies tegen elkaar in. Hoe groot is de nettokracht?
a)
0 N
b)
23 N
c)
34 N
d)
80 N
5.
Hoe groot is de zwaartekracht op een blokje van 200 g?
a)
0,1962 N
b)
1,962 N
c)
196,2 N
d)
1962 N
6.
Een veer rekt 5 cm uit, als je er met 10 N aan trekt. Hoe groot is de veerconstante?
a)
0,5 N/cm
b)
2 N/cm
c)
15 N/cm
d)
50 N/cm
7.
Een veer met een veerconstante van 20 N/m wordt 10 cm uitgerekt. Hoe groot is de kracht?
a)
0,005 N
b)
0,5 N
c)
2 N
d)
200 N
8.
Wat geldt bij een hefboom?
a)
De linker kracht is gelijk aan de rechter kracht.
b)
Hoe groter de arm, hoe groter de benodigde kracht.
c)
Hoe groter de arm, hoe kleiner de benodigde kracht.
d)
F : r = F : r
9.
Jip (50 kg) zit 2 m van het midden van een wip. Hoe ver moet Janneke (25 kg) zitten?
a)
0,5 m
b)
2 m
c)
3 m
d)
4 m
10.
Bereken de resulterende kracht van deze twee krachten.
a)
1,42 N
b)
4,5 N
c)
5,0 N
d)
7,0 N
11.
Bereken de hoek die de nettokracht maakt met de horizontaal.
a)
370
b)
410
c)
490
d)
530
12.
Bereken de horizontale kracht in deze situatie.
a)
257 N
b)
306 N
c)
477 N
d)
622 N
13.
Een takje breekt, doordat je erop gaat staan. Waaraan zie je dat er een kracht werkt?
a)
elastische vervorming
b)
plastische vervorming
c)
verandering van beweging
d)
er werkt geen kracht
14.
Deze doos van 5,0 kg staat stil op een helling van 150. Bereken de wrijvingskracht.
a)
4,8 N
b)
1,3 N
c)
13 N
d)
47 N
15.
Als de resulterende kracht op een voorwerp 0 N is, weet je zeker dat.........
a)
...... hij stil staat.
b)
...... zijn snelheid niet verandert.
c)
...... hij afremt.
d)
Je weet niks zeker.
16.
Een auto van 800 kg trekt op met een versnelling van 2,5 m/s2. Bereken de resulterende kracht.
a)
320 N
b)
2000 N
c)
5848 N
d)
19620 N
17.
Een fietser (80 kg) stopt met trappen en ondervindt een Fw van 50 N. Bereken de vertraging.
a)
0,63 m/s2
b)
1,6 m/s2
c)
9,81 m/s2
d)
4000 m/s2
18.

Een auto (1200 kg) trekt op van 0 m/s tot 20 m/s in 5,0 s. De wrijvingskracht is 500 N. Bereken de motorkracht.

a)

5300 N

b)

47588 N

c)

4800 N

d)

4300 N

19.

Het jongetje in dit plaatje weegt 30 kg. Bereken de kracht die hij veroorzaakt op punt C.

a)

6,5 N

b)

64 N

c)

2,9 x 102 N

d)

1,3 x 103 N

20.
Deze plank balanceert op de hoek van de tafel. Bereken hoeveel de plank weegt.
a)
20 g
b)
53 g
c)
120 g
d)
320 g
21.
Bereken de spierkracht in deze situatie.
a)
16 N
b)
157 N
c)
231 N
d)
334 N