NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsNederlands 1
Total questions: 16
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
Wat is het ergste?
a)
Catastrofe
b)
Ongeval
c)
Een tegenvaller
2.
Welke uitdrukking betekent hetzelfde?
Hij is een vrolijke Frans
Hij is een vrolijke Frans
a)
Hij is altijd komisch
b)
Hij is altijd heel netjes
c)
Hij is altijd vrolijk
3.
Iemand die het goed naar zijn zin heeft,
a)
Heeft een tuintje op zijn buik.
b)
Is in zijn knollentuin
c)
Is om de tuin geleid.
4.
Hij heeft last van depressies betekent:
a)
Hij heeft veel sombere buien.
b)
Hij is erg chagrijnig
c)
Hij kan niet tegen de kou.
5.
Iemand met liefdesverdriet heeft
a)
een ruim hart
b)
een groot hart
c)
een gebroken hart
6.
Zij ziet er opgewekt uit, betekent
a)
Ze ziet er grappig uit.
b)
Ze ziet er vrolijk uit.
c)
Ze ziet er feestelijk uit.
7.
Wanneer lach je het hardst?
a)
Als je een binnenpretje hebt.
b)
Als je schaterlacht.
c)
Als je glimlacht.
8.
Wie heel gelukkig is, is
a)
in de zevende hemel
b)
onder de blote hemel
c)
een geschenk uit de hemel.
9.
Wanneer heb je het meeste plezier?
a)
Als iets naar je zin is.
b)
als je intens geniet.
c)
als het ermee door kan.
10.
Welk woord is goed gespeld?
a)
autocros
b)
estafete
c)
etappewedstrijd
11.
Bij welke sport hoort het woord bidon?
a)
waterpolo
b)
klootschieten
c)
wielrennen
12.
Welk woord is goed gespeld?
a)
kogelsstoten
b)
polsstokspringen
c)
maratthon
13.
Bij welke sport past het woord barrage?
a)
paardensport
b)
wielrennen
c)
golf
14.
Welk woord is goed gespeld?
a)
waterskie
b)
waterssport
c)
kano
15.
Welk woord is goed gespeld?
a)
judooka
b)
worstelaar
c)
karateca
16.
Bij welke sport hoort het woord serveren?
a)
biljarten
b)
zeilen
c)
tennis
Reset
